Mondrian

De
Pieter Cornelis (Piet) Mondriaan werd geboren in Amersfoort op 7 maart 1872 en stierf in New York op 1 februari 1944. Hij was een Nederlandse kunstschilder en kunsttheoreticus, die echter een groot deel van zijn leven in het buitenland woonde en werkte. Mondriaan wordt algemeen gezien als een pionier van de abstracte en non-figuratieve kunst. Vooral zijn latere geometrisch-abstracte werk, met de kenmerkende horizontale en verticale zwarte lijnen en primaire kleuren, is wereldberoemd en dient als inspiratiebron voor vele architecten en ontwerpers van toegepaste kunst. Hij was een van de belangrijkste medewerkers van het tijdschrift De Stijl en ontwikkelde een eigen kunsttheorie, die hij Nieuwe Beelding of Neo-plasticisme noemde.
Publié le : jeudi 22 décembre 2011
Lecture(s) : 3
Licence : Tous droits réservés
EAN13 : 9781781608128
Nombre de pages : 82
Voir plus Voir moins
Cette publication est uniquement disponible à l'achat

MONDRIAANVertaling: Eleonore A. Speckens
Omslag: Stéphanie Angoh
Vormgeving: Julien Depaulis
© Confidential Concepts, worldwide, USA
© ARS, New York/Beeldrecht, Amsterdam
ISBN: 978-1-78160-807-4
Alle rechten wereldwijd voorbehouden
Tenzij anders vermeld, behoort het copyright van de
gebruikte werken tot de desbetreffende fotografen.
Ondanks alle aan de samenstelling van dit boek bestede
zorg, is het niet altijd mogelijk geweest het eigendomsrecht
vast te stellen. In dit geval verzoeken we u zich te
adresseren tot de uitgever.Piet
Mondriaan4De beginjaren 1872-1925
onderd jaar na zijn geboorte in Nederland op 7 maart 1872
was Piet Mondriaan een gevierd personage in het buitenlandHgeworden. Er waren belangrijke tentoonstellingen van zijn
werk in de Verenigde Staten en elders, te beginnen met een
overzichtstentoonstelling in het Guggenheim Museum in New York in
het najaar van 1971.
Het leven en werk van de kunstenaar werd in de kranten en artikelen
geprezen en gepubliceerd in meer dan 30 symposia, boeken en
tijdschriften. Het is passend dat de meeste eerbetonen uit Amerika
kwamen waar Mondriaan als oorlogsvluchteling de laatste 4 jaar van
zijn leven woonde. Hij had al lang van de Verenigde Staten gedroomd
als het land van de toekomst en hij ontwierp zijn schilderijen als
voorlopers van een ‘nieuw wereldbeeld’. Dat beeld veranderde in
Amerika, maar de theorie bleef in de grond het beeld dat hij zich in
Europa had gevormd. Dat beeld was geworteld in Nederland evenals
vele aspecten van zijn persoonlijkheid en kunstfilosofie.
Zijn vader behaalde diploma’s in grafische kunst en Frans, en was
hoofd van een school in Den Haag, waar hij onderwijzer was voordat
hij tot schoolhoofd in Amersfoort werd benoemd. Tijdens de tien jaar
die hij en zijn vrouw Christina Kok daar doorbrachten, werden de
eerste vier van hun vijf kinderen geboren. Zij noemden hun tweede
kind en oudste zoon Pieter Cornelis Mondriaan, Jr.
1. Victory
BoogieOom Frits Mondriaan bezocht zijn broer dikwijls als hij in de buurt Woogie, 1943-44.
van Winterswijk werkte. Daar en later ook in Amsterdam nam hij zijn Olieverf op linnen met
neefje mee op schetstochten in de omstreken. Piet verwierf de gekleurde repen papier.
technische vaardigheden van zijn oom, maar niet zijn gevoel voor Gemeentemuseum,
compositie. Den Haag
5Als men hun doeken vergelijkt, wordt duidelijk dat de jongere
kunstenaar een veel beter begrip had van ruimtelijke verhoudingen
dan zijn oom. Een familievriend betaalde voor de studie van de jonge
Piet aan de Amsterdamse Academie van Fijne Kunsten waar hij van
zijn negentiende tot zijn tweeëntwintigste jaar studeerde. Hoewel hij
landschappen bleef schilderen en ook af en toe verkocht, ging de
artistieke belangstelling van Piet langzamerhand in een andere
richting dan die van zijn vader en oom. Hij werd steeds minder
realistisch en hoewel hij dezelfde penseelstreken als vroeger bleef
toepassen, begon de jonge Mondriaan zijn kleuren te intensiveren
onder invloed van de impressionistische en post-impressionistische
werken die zijn vrienden uit Parijs meebrachten.
2. Laatste foto van
Mondriaan in New De kunstenaar legde zijn overgangswerk uit deze tijd uit met de woorden
York, 1944, dat hij “de kleuren en lijnen steeds meer voor zichzelf liet spreken” om
genomen door Fritz schoonheid “op meer krachtige wijze... zonder schijn” te creëren.
Glarner Door steeds verder te abstraheren realiseerde hij zich dat de rechte
6lijn meer spanning had dan de kromme lijn en daardoor een begrip als
uitgestrektheid beter kon uitdrukken dan een natuurlijke lijn. Hij was
zo geïnspireerd door de schilderijen van de Franse kubisten op een
tentoonstelling in Amsterdam in het najaar van 1911, dat hij het
daaropvolgende voorjaar naar Parijs vertrok om op directere wijze hun
bronnen te ervaren. De kunstenaar was een overtuigd aanhanger van
de kubistische theorie van Picasso en Braque. Mondriaan deed zijn
best de vaste stoffen en leegten van natuurlijke onderwerpen te
onderdrukken ten gunste van hun platte geometrische equivalenten.
De elementen waren niet meer identificeerbaar als natuurobjecten,
maar waren toch nog steeds vaag natuurlijk qua vorm en kleur. Deze
dubbelzinnigheid bracht hem tot een keerpunt:
Ik werd mij er langzamerhand van bewust dat het kubisme de logische
gevolgen van zijn eigen ontdekkingen niet accepteerde; het
ontwikkelde de abstractie niet tot het eindpunt, de uitdrukking van 3. De molen bij
zuivere realiteit... (Getrouwe visie) Domburg, 1909
74. Duin II, 1909.
Gemeentemuseum,
Den Haag
85. Duin, c.1910
9Mondriaan woonde twee jaar in Parijs voordat hij terug naar huis
werd geroepen in 1914 wegens de ziekte van zijn vader. Hij hoopte
maar twee weken in Nederland te blijven, maar de eerste wereldoorlog
brak uit toen hij daar was en de Nederlandse grenzen werden
gesloten.
Hierdoor was hij gedwongen er vijf jaar lang te blijven. Wat eerst een
deprimerende gebeurtenis leek, werd echter een fortuinlijke leemte.
Tussen 1914 en 1919 ontmoette hij verschillende andere schilders,
beeldhouwers, ontwerpers, architecten en schrijvers, die óf Nederlands
waren, óf daar verbleven vanwege de oorlog. Theo van Doesburg was
zeer belangrijk voor de ontwikkeling van de kunstenaar. Deze
6. De molen, 1907-08. verkondigde dat ‘kunstenaars die hun ambitieuze individualiteit’
Stedelijk Museum, bereid waren op te offeren, een ‘spirituele gemeenschap’ moesten
Amsterdam vormen rond een tijdschrift dat werd gepubliceerd onder de naam De
Stijl. De kunstenaars die van Doesburg bij zijn plannen wist te
7. Molen in de zon, betrekken, kwamen uit wat hij noemde ‘verschillende takken van de
c.1911 plastische kunsten’.
10118. De rode boom, 1908.
Gemeentemuseum,
Den Haag
12139. De grijze boom, 1911
141516Zij zwoeren op zoek te zullen gaan naar de logische beginselen in hun
respectievelijke kunstvormen die vervolgens met die van hun collega’s
zouden worden verenigd om zo een ‘universele taal’ in de kunst,
oftewel ‘stijl’ te vormen. Het resultaat zou zowel een kunststijl als een
esthetische levensstijl zijn.
In 1917, toen hij artikelen begon te schrijven voor de publicatie van
van Doesburg, had de kunstenaar zijn intellectuele theorie al
gevestigd. In schilderijen uit 1916 en 1917, zoals een niet afgemaakte
Compositie in lijnen en de Compositie in kleur A en Compositie in kleur B,
slaagde Mondriaan er voor het eerst in lijn en kleur als elementen te
scheiden uit de patronen van een kerkgevel en de zee en pier in
Domburg.
De laatste schilderijen die hij in Nederland schilderde en de andere die
hij na zijn terugkeer in Parijs in 1919 en in het begin van de jaren 20
creëerde, zijn uitingen van opeenvolgende pogingen om het nieuwe
beeld visueel te definiëren. Mondriaan voerde de schilderijen door
verschillende fasen waarin hij eerst de elementen in eenvormige
vlakken omzette met doffere versies van de primaire kleuren. Hij
scheidde de vlakken zodat ze tegen een witte achtergrond leken te
zweven, maar hij concludeerde dat dit effect nog steeds te ‘natuurlijk’
was, en hij verbond de vlakken vervolgens met elkaar in een
regelmatig raster dat óf een rechthoek, óf een ruit besloeg.
Terwijl de vlakken nog steeds verbonden waren, maakte de
kunstenaar ze in de volgende fase groter en van ongelijke grootte en
kleurde ze met de primaire kleuren of gradaties van zwart, wit en
grijs. Hij verzachtte de zwarte vlakken, zodat ze zich langs de 10. De boom, 1912.
gekleurde en niet-gekleurde vlakken uitstrekten. Het zwart diende dan Carnegie Institute,
als structurele strepen waarmee de andere vlakken tezamen werden Museum of Art,
gehouden en tegelijkertijd discreter werden gemaakt. Pittsburg
17Net als het doek vertegenwoordigden de kleine rechthoeken of vlakken
zowel vorm als ruimte. De kleuren van deze vlakken symboliseerden
de intensiteit en waarden van de natuur, puur en teruggevoerd tot hun
primaire kleuren - rood, geel en blauw - en primaire niet-kleuren -
zwart, wit en grijs. De zwarte vlakken hadden meerdere rollen. Naast
hun niet-kleuren functie waren ze structureel, begrensd en actief.
Door het creëren van bewegingslijnen voor het oog voegden de zwarte
vlakken ook een gevoel van energie toe.
Hoewel de delen belangrijk waren, wilde de kunstenaar altijd hun
ondergeschiktheid aan de harmonie van het geheel benadrukken. Ze
verschilden in grootte en kleur, maar hadden dezelfde
gelijkwaardigheid vanwege hun gelijke aard. Zelfs als kleine kleurdelen
in evenwicht waren met grote niet-kleur delen, was er een gevoel van
evenwicht als de verhoudingen klopten.
Compositie, 1921 illustreert de beginselen van de kunstenaar. Om
verwarring te vermijden met de gebruikelijke suggestie van ruimte die
achter de omlijsting terugwijkt, had Mondriaan het doek op de lijst
gezet waarbij de eigenlijke ruimte van het schilderij in het vertrek
werd geprojecteerd. Dus door op de ‘manier van de kunst’ te werken
had Mondriaan een ‘nieuwe structuur’ geschapen die ‘exact’ was in
tegenstelling tot het leven: het feit dat het ‘echt’ was, betekende niet
dat het schilderij alleen maar een stoffelijk iets was - in wezen
associeerde de kunstenaar de realiteit van het werk met een
superrealiteit of een universeel ideaal.
Dit vormde de ultieme dualiteit van de kunstenaar: een schijnbaar
levenloos voorwerp dat als het leven zelf was geconcipieerd, niet in de
zin van een gebrekkig of onvolledig fragment, maar een eindig deeltje
11. Naakt, c.1912 dat de belofte van oneindigheid in zich hield.
181920

Soyez le premier à déposer un commentaire !

17/1000 caractères maximum.

Diffusez cette publication

Vous aimerez aussi

Erotische Kunst aus Asien

de parkstone-international

Die erotische Fotografie

de parkstone-international

Der Ursprung der Welt

de parkstone-international

suivant