Dokter Helmond en zijn vrouw

De
Publié par

Publié le : mercredi 8 décembre 2010
Lecture(s) : 34
Nombre de pages : 437
Voir plus Voir moins
The Project Gutenberg EBook of Dokter Helmond en zijn vrouw, by J. J. Cremer This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.net Title: Dokter Helmond en zijn vrouw Author: J. J. Cremer Commentator: Jan ten Brink Release Date: April 22, 2008 [EBook #25138] Language: Dutch Character set encoding: ISO-8859-1 *** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DOKTER HELMOND EN ZIJN VROUW *** Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ Dokter Helmond en zijn vrouw Door J. J. Cremer Achtste Druk A. W. Sijthoff’s Uitgeversmij—Leiden. [1] Jacob Jan Cremer. 1 September 1827–5 Juni 1880. Toen C r nog leefde, wasm soms in de gehoorzalen van onze e er e r groote en kleine steden een treffend tooneel te bespieden. Dames en heeren uit de voornamere kringen, anders zeldzaam bij N e d voordrachten, r e thans te l gekomen, daar al de d laat a n s plaatsen reeds een uur te voren bezet waren, stonden zeer verlegen, maar volkomen waardig, uit te zien naar de eene of andere open plek. Een stoel op de verhevenheid naast den spreker, was alles wat overbleef. Eenvoudig, maar toch bewust van zijne kracht, trad C r voorzichtig door de e m e dichte rijen zijner hoorders. Zoodra hij begon, ving zijne overwinning aan. Hij greep onmiddellijk in de gemoederen, sloeg terstond den juisten toon aan. Zijne klankvolle, met meesterlijke berekening ingehouden stem drong overal door. Zijn geheel eenig talent van nabootsen sleepte zelfs den stugsten hoorder mee. Welk een gloed in de voordracht, als hij den opgeblazen domtrotschen boer uit het “P a u” in zijnw sjees doet voorthollen overeden weg; e v e hoe zacht en teeder klinkt de stem van K r u , als ziju z grootmoeder voorleest uit het sprookjesboek; welk eene schalkheid, als hij eene Overbetuwsche R oen J m doet vrijen in den i u e l o a kersenboomgaard; welk eene kracht als hij den veerman D o r G i met zijne boot over de rivier laat lroeien bij opkomenden storm e s e s —dit alles maakte C r tot denegrootsten dramatischen kunstenaar m e r van ons vaderland in den verhevensten zin van het woord. r c h r e u k m s [2] e u I. C r , in de schoone Geldersche drevenrgeboren (te Arnhem den 1 sten e m e September 1827), meestal vertoevende op den Oldenhoff, het buitengoed zijns vaders, bij Driel, kwam van zijn jeugd af in aanraking met de Geldersche boerenwereld, die hij weldra—hij schreef zijne eerste dorpsvertelling op den Oldenhoff in 1850—met zooveel meesterschap zou voorstellen. Het is algemeen bekend, dat hij begon met het schilderen van Geldersche bosschen, maar spoedig boeide hem de Betuwsche menschenwereld oneindig meer dan de frissche Geldersche natuur. De rijkdom zijner waarnemingen deed zich beter, deed zich krachtiger gelden op het papier dan op het doek, en zoo is C r de algemeen beminde e e m novellist en romanschrijver geworden, die aan het bloeiend tijdperk onzer Romantiek zooveel luister wist bij te zetten. Ik zal het genot door de lezing of door zijne voordracht der “B e t u ” mij herhaaldelijk geschonken, niet licht e w s c h vergeten. Hoe dikwijls vergezelde ik hem, als hij zijne beide rijke Betuwsche boeren, M e en diens zoon G e u ,w i hun s j naar s van dorp e Amsterdam doet reizen om de Kermis te zien. Aardig vooral is de schildering der rampen van de twee gegoede dorpers, die met allerlei slag van beleefde afzetters in aanraking komen. Het klagen van M e , e wanneer hij met eene plaatskaart der eerste klasse in den tochtigen derdeklasse-waggon zijne verzuchtingen begint met: “Slechte woar veur ’t geld!” —de openhartigheid van Gijs, als hij in den omnibus op de vraag van den conducteur: “Waarheen?”—grinnekend antwoordt:—“Ik? Noar de Karmis, is ’t niet, voader?”—zijne kinderlijke dankbaarheid, als een knecht uit den Doelen hem zijn reiszak afneemt en hij beweert, dat het “veul te vrindelijk” is—de kluchtige naïeveteit van beiden, vader en zoon—als ze, in twee verschillende vertrekken opgesloten, elkander toeroepen door het houten beschot: “Jong! woar zit ie? Wat zuwwe nou doen? Kom toch is hier?” en G antwoordt: j“Mag dat voader?”—de verlegenheid van denzelfden i s G , die, als hij jeten bestellen moet, een reiziger aanspreekt, welke hem i s het zelfstandignaamwoord “Ezel!” toesnauwt—al deze en honderd andere kleine trekken zijn van eene verrassende comische kracht en getuigen tevens van zooveel fijne studie en trouwe schildering der werkelijkheid, dat ze aan C r arbeid eene schitterendeetoekomst waarborgen. e m r s r N n u w o [3] De “B e t u ” leggen nog altijd het zwaarst gewicht in e w s c h n o de weegschaal van des schrijvers roem. “D e ” “O i na en M ’ k l e ”, “’i tn e ”, “’ P ar t u e K w v rie iev e K r ”, “Ki r e u ”—vooral dit laatste verhaal, zoo m k u s z k e e u n t voortreffelijk gespeeld bij de voordracht—blijven de immer groenende twijgen aan C r lauwerkrans. Er was eenmaal gedurende s e m e r eene vergadering der redactie van “d e ( n ) N e d S p ” een geleerde strijd over het nut en de twenschelijkheid r e c t a o van dialecten in novelle en roman. B a k h u, die in i z e n C r “O e a m n e r ” bladerde en las, legde het k ’ s t l e i boekske weg met de ernstige verklaring, dat hij er een paar dagen uit zijn leven voor geven wilde, mocht hij auteur worden van bladzijden als deze1 . Allerliefst is de vertelling van “K r u .” Dit aardig boerenkind e u z wordt door B , den veldwachter—den slimmerik, die een beetje te veel o l “klaart en rooje-jenevert” zegt de Burgemeester—beschuldigd, van appels te hebben gestolen. Zeldzaam is een eenvoudig gegeven zoo geestig uitgewerkt. De aartsdomme Burgemeester, de handige Secretaris, de plompe veldwachter, het onschuldige kind, vormen een aantrekkelijk tafereel, waarvan de indruk nog verhoogd wordt, als men Grootmoeder en A , Kr ri u vader, heeft leeren kennen. e u z e m u n Naast C r dorpsvertellingen staan e e m zijne novellen en sromans uit het r m u t [4] j Nederlandsche stadsleven met eene eigenaardige strekking. C r e m
Soyez le premier à déposer un commentaire !

17/1000 caractères maximum.

Diffusez cette publication

Vous aimerez aussi