Een Heldin

De
Publié par

Publié le : mercredi 1 décembre 2010
Lecture(s) : 52
Nombre de pages : 99
Voir plus Voir moins
The Project Gutenberg EBook of Een Heldin, by A.C. Kuiper This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.net Title: Een Heldin Author: A.C. Kuiper Release Date: February 25, 2004 [EBook #11285] Language: Dutch Character set encoding: ISO-8859-1 *** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN HELDIN *** Produced by Joris Van Dael and PG Distributed Proofreaders EEN HELDIN DOOR A. C. KUIPER, SCHRIJFSTER VAN "ELSJE", "ANNEKE", "EEN HOLLANDSCH MEISJE OP EEN ENGELSCHE KOSTSCHOOL", "ALLEEN IN EEN KLEINE STAD", ENZ. MET ILLUSTRATIËN NAAR FOTOGRAFIEËN. HAARLEM. VINCENT LOOSJES. 1906. [De vestibule van het Iersche kasteel.]Dit verhaal bevat veel, dat verdicht is en toch is het op w aarheid gegrond, omdat de voornaamste gebeurtenissen, die erin w orden beschreven, w erkelijk hebben plaats gehad. Ook de ervaringen op de Engelsche kostschool zijn, zonder de minste overdrijving, geheel naar w aarheid w eer gegeven, terw ijl de hoofdpersoon, een Duitsche, w erkelijk heeft geleefd en-nog leeft, al is haar naam niet Hedw ig Eiche! Hoew el zij zichzelf allerminst "een Heldin" zou noemen, heeft zij toch het volste recht op dien naam. Menige jonge lezeres, die zelf een zonnige, gelukkige jeugd geniet, zal dit met mij eens zijn, vooral als in aanmerking genomen w ordt dat "Hedw ig Eiche" den moed had reeds op haar 15^e jaar de w ereld in te gaan in een tijd, toen er van w erken buitenshuis voor de meeste meisjes nog maar zeer w einig sprake kon zijn en de keuze van w erkkring voor haar dus uiterst beperkt w as. A. C. K. INHOUD. I. EEN KLOEK MEISJE II. "MY DEAR!" III. EEN BRIEF, WAAR VAN ALLES IN STAAT IV. OP DE PROEF GESTELD V. CHESTER VI. KOUDE EN HONGER VII. "FLINKIE" VIII. UITKOMST IX. VIER IERSCHE KINDEREN EN EEN HOND X. NESTA'S DRIFT XI. LONDEN EN MIST XII. AAN DE BLAUWE ZEE XIII. EEN RIJK LEVEN HOOFDSTUK I. Een kloek Meisje. Zij woonden in de sombere buitenwijk van een Duitsche stad, in een groot blok van een huis, dat in verschillende verdiepingen verdeeld was, één verdieping voor elk gezin. Vóór acht maanden waren zij verhuisd naar de bovenste verdieping, omdat men daar het goedkoopst woonde en toch was het voor hen nog veel te duur! Want de laatste jaren waren zij hoe langer hoe armer geworden en het allerlaatste jaar, o, dat was vreeselijk geweest, zóó vreeselijk dat het jongste zusje, Clärchen, altijd weer angstig en diep bedroefd werd, als er over werd gesproken. Ach, het was ook zoo treurig dat die arme, geduldige moeder zóóveel verdriet had gehad en dat de rust eigenlijk eerst in huis was gekomen na vaders dood, nu drie maanden geleden. Hedwig, de oudste dochter, had toen gezegd dat zij nu dubbel haar best moesten doen om lief voor moeder te zijn en Clärchen had terstond met een ernstig gezichtje: "Ja" geknikt; dat wilde zij ook heel graag. Maar soms, als zij met een kale, verstelde jurk naar school moest of naar bed werd gestuurd zonder avondeten, vond zij het wèl moeielijk om niet boos en ontevreden te zijn. Waarom waren zij dan toch ook zoo heel arm? "Ik weet niet hoe wij met ons drieën rond moeten komen!" had de moeder gisteren voor de zooveelste maal uitgeroepen, nadat zij allerlei berekeningen had zitten te maken op een stukje papier. Hedwig had daarop wel lachend het papier naar zich toe getrokken en gezegd: "Allemaal maar flink de handen uit de mouw steken, moedertje, en niet in dit paleis blijven wonen, dan zal het wel gaan," maar Clärchen had toen toch heel goed gezien dat ook Hedwig zeer bezorgd was. En toen zij 's avonds te bed lag en de Septemberregen tegen het raam van het zolderkamertje hoorde kletteren, dat zij met Hedwig deelde, werd zij zoo treurig gestemd dat zij wel moest gaan schreien of ze wilde of niet. En snikkend had zij bedacht dat het nu misschien wel niet lang meer zou duren of zij zouden op straat moeten gaan bedelen om een stuk droog brood.... Toen had zij opeens Hedwig's arm om zich heen gevoeld. "Kindje, kindje; wat is er toch? Stil nu!" had het sussend geklonken. Daarop had zij Hedwig alles gezegd wat haar op het hart lag en Hedwig had haar getroost en opgebeurd-dat kon Hedwig zóó goed!--en toen ze kalmer geworden was, had Hedwig nog heel ernstig gevraagd: "Beloof je me zusje, dat je je best zult doen zooveel mogelijk voor moeder te zijn en je flink te houden, ook ... ook als er dingen mochten gebeuren, die je in 't geheel niet verwacht?" Zij had Hedwig toen verbaasd aangekeken-wat meende ze toch?-maar toen Hedwig herhaalde: "Dat beloof je mij immers?" had zij beslist gezegd: "O ja, ja." Hedwig had toen even haar hoofd in de kussens gedrukt en een oogenblik had Clärchen gemeend dat zij haar zacht hoorde snikken, maar ze dacht later dat zij zich dit toch moest verbeeld hebben, want toen Hedwig weer opkeek, glimlachte zij en zag ze alleen maar wat bleek. En nu was het juist alsof vandaag alles weer wat vroolijker was dan gisteren! Zij kregen nu ook wèl avondeten; dat was in lang niet gebeurd. Hedwig had naaiwerk verkocht in een der groote winkels in de stad en er meer geld voor ontvangen dan zij verwacht had en terwijl zij de tafel dekte, deed zij een aardig verhaal van haar tocht, dat haar moeder en Clärchen aan het lachen bracht. Wat keken Clärchen's oogen begeerig naar de gebakken aardappelen! Die zagen er dan ook zoo lekker bruin uit, met de smakelijke, knappende korstjes; alleen moeder kon ze zóó bakken. Zij kregen er sla bij en ieder een half ei; Clärchen vond het een feestmaal, maar zij had wel heel graag wat meer gehad! Wat had Hedwig toch langzaam gegeten, dacht ze; die alleen had nog maar wat op haar bord en zij had nog wel het minst genomen, dat had Clärchen duidelijk gezien! Zij keek eens even naar het heerlijke hapje, dat straks in Hedwig's mond moest verdwijnen; toen zag ze snel weer voor zich, want Hedwig had haar lachend aangekeken. Daar schoof ze haar bord naar Clärchen toe. "Hier, neem jij dit nog maar." "Neen, neen, Hedwig." "Ja, ja, Clärchen. Kom, eet maar gauw op; ik zie aan je neus dat je er trek in hebt." "Ja maar ... jij dan niet?" "Lang niet zooveel als jij. Komaan, een, twee, drie, opeten! Je moet mij gehoorzamen, vergeet dat niet. Ik ben
Soyez le premier à déposer un commentaire !

17/1000 caractères maximum.