De vrouw en de vredesbeweging in verband met het vrouwenkiesrecht
13 pages
Nederlandse
Le téléchargement nécessite un accès à la bibliothèque YouScribe
Tout savoir sur nos offres

De vrouw en de vredesbeweging in verband met het vrouwenkiesrecht

-

Le téléchargement nécessite un accès à la bibliothèque YouScribe
Tout savoir sur nos offres
13 pages
Nederlandse

Informations

Publié par
Publié le 08 décembre 2010
Nombre de lectures 47
Langue Nederlandse

Exrait

The Project Gutenberg EBook of De vrouw en de vredesbeweging in verband met het vrouwenkiesrecht, by Aletta Henriëtte Jacobs This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.net Title: De vrouw en de vredesbeweging in verband met het vrouwenkiesrecht Author: Aletta Henriëtte Jacobs Release Date: July 29, 2008 [EBook #26148] Language: Dutch Character set encoding: ISO-8859-1 *** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VROUW EN DE VREDESBEWEGING ***
Produced by Anna Tuinman, André Engels, Eline Visser and the Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
Prijs f 0.10 DE VROUW EN DE VREDESBEWEGING IN VERBAND MET HET VROUWENKIESRECHT door Dr. ALETTA JACOBS Overdruk uit het Verslag van het Nationaal Congres van het Nederlandsch Comité van Vrouwen voor Duurzamen Vrede. (Den Haag 28-29 April 1917) 6e uitgave van het Nederl. Comité van Vrouwen voor Duurzamen Vrede September 1917. Dagelijksch Bestuur van het Internationaal Comité van Vrouwen voor Duurzamen Vrede:    J ANE A DDAMS , Chairman . D R . A LETTA J ACOBS , First Vice Chairman . C HRYSTAL M ACMILLIAN , Secretary . R OSA M ANUS , Assistant Secretary and treasurer pro tem . Centraal Bureau, Heerengracht 627, Amsterdam. Orgaan “Internationaal” . Dagelijksch Bestuur van het Nederlandsch Comité van Vrouwen voor Duurzamen Vrede:    C. R AMONDT -H IRSCHMANN ,
Presidente . D R . A LETTA J ACOBS , Vice-presidente . H. VAN B IEMA -H IJMANS , 2e Vice-presidente . A NNIE L. O PPENHEIM , Secretaresse . Parkstraat 2, Den Haag. L. E SCHAUZIER -P ABST , Penningmeesteresse . R OSA M ANUS . W. VAN I TALLIE -VAN E MBDEN . De Vrouw en de Vredesbeweging in verband met het Vrouwenkiesrecht, DOOR Mw. Dr. ALETTA JACOBS. (Overdruk uit het Congresverslag). Ik kan niet verhelen dat het geen gemakkelijke taak is, die ik heb op mij genomen, om het nauw verband aan te toonen, dat bijna alle strijdsters voor de politieke ontvoogding der vrouw voelen dat bestaat tusschen “ duurzame vrede en vrouwenkiesrecht ”. Toen twee jaren geleden vrouwen uit zoovele verschillende landen hier samen kwamen, met het doel een Internationaal protest te doen hooren tegen dezen, elke beschrijving te boven gaanden gruwelijken oorlog, en – om als vrouwen middelen te beramen eene herhaling ervan te voorkomen, – toen was het opmerkelijk hoe al die vrouwen éénparig als krachtigste en hechtste wapen in den strijd tegen den oorlog, den directen invloed der vrouwen op het staatsbestuur noemden . Daaraan is het dan ook te danken dat de eisch: “ invoering van vrouwenkiesrecht in alle beschaafde landen ”, naast die van “ oplossing van internationale geschillen langs vreedzamen weg ”, de basis vormden van onze verdere besluiten op dat Congres. Meer nog trof mij, bij ons, na afloop van dat Congres gebracht bezoek aan regeeringspersonen van vele der oorlogvoerende en neutrale landen, hoe ook vele van die regeeringspersonen diezelfde gedachte uitspraken, dat ook zij in de toekomst der volken, met betrekking tot oorlog en vrede, alléén heil verwachten van den zich uitbreidenden invloed der vrouw op de regeeringsdaden. Waarop berusten die verwachtingen, nu nog slechts enkele daden schijn van bewijzen leveren? Ik zal trachten hierop een antwoord te geven.  Die verwachtingen moeten haar oorsprong vinden in het verschil van aard, van neigingen, van man en vrouw. Dit verschil openbaart zich vooral in vraagstukken als die van Oorlog en Vrede. Tengevolge van het verschil in functie bij het voortplantingsproces zijn bij vrouw en man instinctmatig andere neigingen ontstaan, neigingen, die zich bij den man vooral openbaren in strijdlust – lust tot veroveren; – bij de vrouw in zucht tot opbouwen, tot conserveeren, tot behouden wat bestaat. Wel is waar heeft in den loop der tijden, door den beschavingsinvloed, dit verschil in instinctieve neigingen aan omvang en kracht verloren, zoodat men nu in vele landen mannen vindt met in dit opzicht vrouwelijke neigingen, maar dit verschil is nog niet genivelleerd en wordt nog overal duidelijk waargenomen, wanneer wij ons, ter opsporing ervan in beschaafde landen, wenden tot het kind, dat nog onberedeneerd zijne neigingen vertoont.
Leerrijk is in dit opzicht het boek, door drie Duitsche geleerden samengesteld, uit een reeks van gegevens, in 1915 bijeengegaard, uit opstellen, teekeningen, brieven, gedichten enz., van een zeer groot aantal scholieren, jongens en meisjes, van Duitsche scholen. In dit boek, “ Jugendliches Seelenleben und Krieg ” wordt aangetoond, welken invloed de oorlog op het kinderlijk gemoed uitoefent, welke neigingen daardoor het sterkst naar buiten treden, hoe kinderen op dezen sterk emotioneerenden invloed reageeren. En nu is het opmerkelijk hoe in bijna alle gevallen het karakter van het werk, dat door het kind geleverd werd, zijn geslacht verraadt. De strijdlustige aard der jongens en de conserveerende, behoudende neigingen der meisjes, uitten zich in bijna elk stuk arbeid. Dooden, verminken, vernielen, verwoesten, waren de oorlogsidealen der jongens; verzorgen, verplegen, opkweeken, de berustende uitingen der meisjes. Niet uit gebrek aan vaderlandsliefde, nog minder uit lafhartigheid, is de vrouw, sterker dan de man, gekant tegen den oorlog, – maar uit haar instinctieve eigenschappen welt bij haar het verzet tegen het ruw geweld, dat roekeloos vernietigt, wat door haar, als draagster van het ras, zoo moeizaam en pijnlijk werd voortgebracht. Haar levenstaak, haar werk, wordt door oorlog meedoogenloos vernietigd. Haar verhouding tot oorlog is dan ook een veel persoonlijker, dieper-ingrijpend, inniger dan die van den man. Naast den opbouw van het ras heeft de vrouw ten allen tijde de verantwoordelijkheid gedragen voor de vorming van het gezinsleven en de verzorging der familie, – en het is juist deze drievoudige taak, die door den oorlog het meest bedreigd wordt. De oorlog rukt het gezin uiteen, brengt geestelijke en stoffelijke ellende in het familieleven en verminkt en vernietigt het ras. Daarom zal elke vrouw, die hare levenstaak begrijpt, in den oorlog haar grootsten vijand zien. Wat wij vrouwen willen opbouwen, wil de oorlog vernietigen. Mannen hebben, vanaf de vroegste tijden, den oorlog vereerd en verheerlijkt. Leest de geschiedenis door mannen geschreven. Veldslagen en zeeslagen, overwinningen door geweld te land en ter zee, schenen alleen waard aan de vergetelheid te worden ontrukt. In onze jeugd leerden wij alleen helden vereeren op oorlogsgebied. En hoe kon het ook anders? De wereld, waarin tot nu toe de man de alléén-heerschappij voert, is in haar geheelen opzet op oorlog gebaseerd. Elk land houdt er een leger en vloot op na. Elke regeering verspilt elk jaar opnieuw een zeer groot deel van de opbrengsten van het land aan oorlogsuitgaven . In elk parlement wordt elk jaar opnieuw een lange periode van den nationalen tijd verbruikt om oorlogsmaatregelen te bespreken. En in elk land worden jaarlijks een groot aantal jonge, krachtige mannen aan landbouw, nijverheid, studie enz. onttrokken, (aan vreedzame en opbouwende werkzaamheden), om zich te bekwamen in de vakken, die vernietiging, vermoorden, verwoesten, ten doel hebben. Is er een dwazer regeling van de maatschappelijke huishouding denkbaar? Waar dat op uitloopt, waar zulk een wereldorde op moest uitloopen, heeft deze zedelooze oorlog ons aanschouwelijk gemaakt. Deze oorlog is het resultaat van eene Staatkunde, die op “mannen-inzicht-alléén” is gebaseerd. Het was eene vrouw, B ERTHA  VON S UTTNER , die het eerst de volken heeft toegeroepen “de Wapens Neder”, beslecht Uwe geschillen door de Rede, laat het Recht, niet de Macht zegevieren. En deze vrouw, die haar geheele leven wijdde aan de verbreiding van hare Vredesidealen , was er innig van overtuigd, dat deze idealen eerst in vervulling zullen komen, wanneer de vrouw, naast den man en met hem, de macht tot regeeren gegeven zal zijn. In haar strijd tegen den oorlog vergat zij den strijd voor de politieke ontvoogding der vrouw niet. Toen zij in September 1913, tijdens de Vredesconferenties in ons land, in eene vergadering van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht te Amsterdam, sprak, zeide zij o. m.: “Gij, strijdsters voor vrouwenkiesrecht, gij zijt met Uwen strijd reeds zooveel verder gevorderd dan ik en mijne geestverwanten, maar ik benijd U daarom niet. Veeleer verheug ik mij daarover, omdat ik weet, dat de vervulling mijner wenschen zal moeten wachten, tot Gij de Uwe bereikt hebt”. Er bestaat een veel nauwer verband dan velen beseffen, tusschen “het voeren van oorlogen” en “het houden der vrouwen in een onderworpen toestand”. Beide zijn een gevolg van oude begrippen omtrent Macht en Recht . Wie de Macht heeft een ander aan zich ondergeschikt te maken, zou daartoe ook het Recht hebben, dit is het begrip, dat ten grondslag ligt aan oorlog, doch ook aan het in ondergeschikten toestand houden der vrouw. Waar de menschheid de intellectueele hoogte bereikt heeft om te kunnen inzien, dat mannen en vrouwen beide, en in gelijke mate, het recht hebben aan den opbouw der wereldorde mede te werken, en dat inzicht in toepassing brengen, daar toonen de mannen Recht boven Macht te kunnen stellen, daar zijn zij rijp om vruchtbaar mede te werken tot behoud van een duurzamen vrede. Waar dit hoo er menscheli k stand unt door de mannen no niet bereikt
is, waar zij nog meenen aan hun Macht het Recht te mogen ontleenen, de vrouw aan den man ondergeschikt te houden, daar kan men ook aan hunne vredesuitingen geen waarde hechten. Dat vrouwen tegenover oorlogen anders staan dan mannen, wordt opvallend aangetoond in de geschriften over dit onderwerp. Heel algemeen uitgedrukt zou men kunnen zeggen, de mannen beschouwen den oorlog voornamelijk uit een economisch oogpunt, bij de vrouwen treden hoofdzakelijk de rasbelangen op den voorgrond. De mannen berekenen de vóór- en nadeelen van den oorlog vooral naar de finantieele gevolgen. De materieele oorlogskosten, het verlies of de winst voor den nationalen handel de vóór- of achteruitgang der industrie, en dergelijke zaken komen het eerst in aanmerking. Leest men zoo nu en dan nog eens beschouwingen over oorlogen uit de laatste jaren, dan is het treffend, hoe goed men heeft uitgerekend hoeveel deze of gene oorlog heeft gekost aan geld, en hoe men heeft uitgerekend of de winsten wel hebben beantwoord aan de kosten. Maar het menschenwee dat zij hebben veroorzaakt, het aantal levens dat er door verloren ging, hoevele mannen voor hun verder leven verminkt waren, hoevele met geschokte zenuwen en ondermijnde gezondheid verder moesten leven, vindt men niet vermeld. Ook wordt nergens melding gemaakt van de tallooze moeders, die gedurende en kort na den oorlog kinderen ter wereld brachten, die geen levensvatbaarheid bezaten, of zwaar erfelijk belast ter wereld kwamen, en nog tallooze andere schadeposten aan het ras toegebracht. Want in den oorlog geldt niet de natuurwet, waarbij in den strijd om het bestaan de zwakken ondergaan; integendeel, de lichamelijk sterke, jonge, gezonde man wordt vernietigd en het geslacht moet jaren achtereen in hoofdzaak door de lichamelijk zwakken en geestelijk minderwaardigen worden voortgeplant. Dit – en alles wat hiermede samenhangt – treedt bij de beoordeeling van den oorlog bij vrouwen op den voorgrond. Dat dit geen “graue theorie” maar werkelijkheid is, dat hebben de vrouwen in Australië het vorige jaar bewezen. Toen daar de Algemeene Dienstplicht” aan een referendum werd onderworpen, om het Moederland met een groot leger Australische jonge mannen te hulp te komen, toen hebben de vrouwen van haar kiesrecht gebruik gemaakt om dien dienstplicht af te stemmen. De Australische vrouwen hebben bij die gelegenheid verklaard, “dat zij evengoed als de mannen de belangen van het land hebben overwogen, dat zij even vaderlandslievend zijn als de mannen, en dat zij ook even gaarne bereid zijn elk offer te brengen, dat noodig is in het waarachtig belang van het land . Maar bij de kwestie van den dienstplicht hebben zij zich de vraag gesteld: “is het in het belang van een land een oorlog te winnen door overmacht van een groot leger en eene goede strategie, wanneer zelfs het overwinnend land na afloop van den oorlog achteruit gaat, tengevolge van het groote verlies aan jonge, krachtige menschen, door ziekte en ontaarding der terugkeerende militairen, waardoor de geheele bevolking wordt geïnfecteerd en door het verloren gegane begrip van recht en eerlijkheid?” Deze vraag hebben zij ontkennend beantwoord, beinvloed als zij waren door den treurigen lichamelijken en geestelijken toestand waarin een groot deel der uit Egypte teruggekeerde militairen verkeerden, die daar aan den oorlog hadden deelgenomen. En dáárom hebben zij tegen dienstplicht gestemd. Hoe belangrijk ook de economische zijde van het oorlogsvraagstuk is, de rasbelangen daarbij betrokken, doen in geen geval voor het economisch belang onder. En waar de vrouwen vooral de rasbelangen ter harte gaan, deze ook beter kennen en begrijpen dan de mannen, daar is het ontegenzeggelijk in het belang der geheele wereld, dat bij zulke allergewichtigste vraagstukken, als die van oorlog en vrede, het inzicht van man èn vrouw beide tot uiting komt en aan beider stem een evengroote waarde wordt toegekend in de regeeringslichamen. Zonder vrouwenkiesrecht hebben de vrouwen niets in te brengen, wanneer in een land over oorlog en vrede beslist wordt en toch zijn zij het, die in de eerste plaats de kosten en de lasten van den oorlog hebben te dragen en die de eerste en voornaamste oorlogsbenoodigdheden hebben te leveren, benoodigdheden zonder welke geen oorlog mogelijk is. Toen de groote teekenaar van dezen tijd, de sedert den oorlog wereldberoemd geworden heer Raemaekers in beeld wilde brengen, “ wie de rekening van den oorlog betalen ”, toen schetste hij in drie teekeningen:
de Moeders, de Weduwen, en de Kinderen ”. Het waren vrouwen, oud en jong, vrouwen uit alle rangen en standen der maatschappij, die hij ons voor oogen bracht. Op haar drukken inderdaad de lasten van den oorlog in de eerste plaats. Alles wat de mannen bijdragen aan oorlogsbenoodigdheden kan vervangen worden door andere middelen en is ook in den loop der tijden herhaaldelijk gewijzigd, maar wat de vrouwen aan den oorlog hebben te leveren, dat deel is in den loop der tijden alleen grooter geworden, is in aantal toegenomen, maar is nooit gewijzigd. Zij, de vrouwen, moeten de mannen leveren, zonder welke geen oorlog mogelijk is. Al de kostbare menschenlevens, die in den oorlog zoo roekeloos worden opgeofferd, moeten door de vrouwen opnieuw worden voortgebracht. Nog gedurende dezen oorlog, worden in alle oorlogvoerende landen de vrouwen reeds aangespoord veel nieuw menschenmateriaal te leveren, opdat toch het land bij een volgenden oorlog niet in krachten bij andere landen zal achterstaan. De vrouw, die nu de meeste kinderen voortbrengt, wordt als de meest vaderlandslievende voorgesteld. En nu wil ik hier een bladzijde aanhalen uit het boek van O LIVE S CHREINER De Vrouwen de Oorlog ”, omdat zij daarin beter dan ik het zou kunnen, uiteenzet, waarom een vrouw, uit hoofde van haar vrouw-zijn, er nooit toe zal overgaan voor een oorlog te stemmen, als zij er niet onontkoombaar toe gedwongen wordt. “Het gebeurt wel eens dat in eene belegerde stad de manschappen standbeelden en marmeren beeldhouwwerk van openbare gebouwen en musea wegpakken en meeslepen om de gaten te stoppen, die door den vijand in hunne omwallingen gemaakt zijn, zonder daarbij na te denken; zij nemen die stukken omdat zij het meest voor de hand liggen, en zij er niet meer waarde aan hechten dan aan straatsteenen. Maar één man zal daaraan zeker nooit meedoen – de beeldhouwer. Hij die, ofschoon er misschien geen werk van zijne handen bij is, nochtans weet wat elk van deze kunstwerken heeft gekost, die bij ondervinding kent de lange jaren van arbeid en studie en oneindige worsteling voor de vorming van soms slechts één arm of been, voor het snijden van de eene of andere gelukte buitenlijn, hij zal zeker nimmer zijne handen uitsteken, om zulke kunstwerken zóó gedachteloos en zorgeloos te misbruiken. Hij zal instinctmatig huishoudgoed, zelfs goud en zilver, en al het andere wat de stad bevat, naar de omwallingen slepen, eer dan dat hij zijne handen naar zulke kunstwerken uitsteekt. Menschenlichamen zijn de kunstwerken van ons vrouwen. Hebben wij bestuursmacht verkregen, dan zullen wij ze niet zorgeloos laten vernietigen om de gaten te vullen in menschelijke verhoudingen, die door internationalen naijver en begeerigheid zijn ontstaan. Nooit zal de gedachte bij eene vrouw opkomen: “Stop het gat met menschenlichamen en beslis zoo de kwestie!” De vrouw, de moeder, die weet hoeveel angst en lijden en doodsgevaar elk nieuw menschenleven kost, zij zal, zonder onverbiddelijken noodzaak geen menschenleven opofferen, om menschelijke oneenigheden te regelen. Zij zal niet, zij kan niet medewerken om roekeloos levens te verwoesten, om daarmede geschillen tot oplossing te brengen. De vrouw weet wat leven kost, en dat het gemakkelijker is het te vernietigen dan te scheppen. De vrouw kent de geschiedenis van het menschelijk lichaam, zij kent de waarde ervan, de man niet. De dag, waarop de vrouw zal plaats nemen naast den man bij het vaststellen en regelen der buitenlandsche belangen van haar volk, zal ook de dag zijn waarop het doodvonnis zal worden uitgesproken over den oorlog, als middel om menschelijke geschillen te regelen. Dit laatste gevoelen velen der strijdsters voor vrouwenkiesrecht als eene zekerheid en het is daarom dat zij, wanneer straks na den oorlog door de Mogendheden wordt beraadslaagd over middelen om tot een duurzamen vrede te komen, zij er met kracht op zullen aandringen, dat internationaal wordt vastgesteld “ invoering van vrouwenkiesrecht in alle beschaafde landen ”.  Maar ook nog op andere, dan de genoemde wijze, drukken de lasten van den oorlog het zwaarst op de vrouwen van het land en zijn zij het, die aan den oorlog de grootste offers moeten brengen. Meen niet, dat ik er een oogenblik aan denk, het groote offer te onderschatten, dat diegene
onder de mannen brengen, die, hetzij uit vrijen wil, hetzij omdat zij door dienstplicht er toe gedwongen worden, huis en haard, en allen die hun lief en dierbaar zijn, verlaten en naar de grenzen gaan, om daar, dikwijls met opoffering van hun jong leven, en bijna altijd met inboeting van hunne gezondheid, het land als militair te dienen. Het ontzaglijk lijden van de gewonden op het slagveld, de groote ontberingen gedurende den strijd, de vreeselijke gemoedstoestand van zoovele fijner bewerktuigde geesten, die in vredestijd geen vlieg zouden kwaad doen, doch die dan gedreven worden het zwaard te steken in de borst van iemand, die hun nooit eenig leed deed, en wiens trouwhartige oogen hen eerder met medegevoel dan met haat bezielen; al deze verschrikkelijkheden, die de jonge mannen in den oorlog ondervinden – ik weeg ze, geloof mij, zwaar genoeg. Maar met het lijden en de offers, die de vrouwen en moeders in zulke tijden brengen, kunnen zij niet in vergelijking komen. Voor de vrouwen geen afwisseling in de eentonige sleur van het dagelijksche leven, waarin zij haar doodelijken angst voor haar strijdende geliefden moeten onderdrukken; voor de vrouwen geen vreugde na eene overwinning; geen bevordering in rang; geen eere- of ordeteekens na een moedig gedrag; geen muziek, geen heldenvereering, geen geestvervoering; voor haar slechts leed en lijden. Stel U een oogenblik de radelooze angst voor den geest, waarin de vrouwen verkeeren dag-in, dag-uit, in de slapelooze nachten elk uur, elke minuut, om man, zoon of verloofde; probeer eens U te verplaatsen in den gemoedstoestand dier vrouwen, als zij 's avonds in de koude lijst van namen der gedooden, gewonden of vermisten, den naam vinden van hem, die haar zoo dierbaar was. Dan is voor den gesneuvelde het lijden uit, voor de arme vrouwen vangt het dan eerst recht aan. Weg is dan de knappe, sterke jonge man, die de moeder met zooveel liefde groot bracht, die haar trots was, of haar steun in het leven; al haar moeite, al hare zorgen, al hare offers voor zijn leven, voor zijn toekomst, – zoo gaarne gebracht, – zij hebben slechts gestrekt om het slagveld één offer meer te brengen. Op de weduwe drukt dan verder, in haar zonloos voortbestaan, het volle gewicht van voor hare kinderen Vader en Moeder beide te moeten zijn. Naast haar taak als huishoudster en moeder, wacht haar voortaan ook de taak van kostwinster. En dat voor duizende en duizende weduwen, die voor zulk een drievoudige taak niet waren opgevoed. En denk ook eens aan die tallooze schare jonge, bloeiende meisjes, bestemd en geschikt om gelukkige moeders te worden, en die nu moeten voortleven, zonder ooit het geluk van het huwelijk en de vreugde van het moederschap te hebben gekend, omdat de jonge mannen, met wie ze zich hadden moeten verbinden, door den oorlog zijn weggerukt. Zwaar is het lijden van de mannen in den oorlog, maar zwaarder, heviger en van oneindig langeren duur is het lijden der vrouwen in de oorlogvoerende landen. Is het dan te verwonderen dat de vrouw, sterker dan de man, instinctief weerstand zal bieden aan elke poging om een land in oorlog te brengen? Zeg niet, als gij mij wilt tegenspreken, dat in oorlogvoerende landen de vrouwen dikwijls nog oorlogszuchtiger zijn dan de mannen; dat zij haatdragender, wilder, woester soms tegen den vijand optreden, ja, dat zij hare zonen met liefde offeren ten behoeve van het land. Vergeet toch niet, zoodra in een land een oorlog is uitgebroken, dat er dan andere invloeden werken. Geen land zou het volk bereid vinden voor een oorlog te stemmen, als het openlijk offensief ten oorlog ging. Elk oorlogvoerend land moet zijn volk in den waan brengen dat het ter zelfverdediging, of ter verdediging van een of ander grootsch beginsel het zwaard moet trekken. Als het volk de naakte waarheid omtrent den oorlog zou kennen, het zou moeilijk tot den oorlog te bewegen zijn. “Aan elken oorlog ligt een leugen ten grondslag,” zei de groote Noor B JÖRNSTJERNE B JÖRNSON . Geen enkele regeering vertelt eerlijk en oprecht, waarom het een oorlog begon. Met leugens blinddoekt men de massa. Zoowel in Duitschland als in Frankrijk, in Oostenrijk als in Italië, of in welk oorlogvoerend land ook, gelooven de menschen dat het land ter zelfverdediging den strijd voert. En zij zijn daarvan zoo heilig overtuigd, zoowel aan de eene als aan de andere zijde der strijdvoerenden, dat die overtuiging door geen redeneering aan het wankelen kan worden gebracht. Na den oorlog zullen de feiten misschien licht brengen. Maar bij een volk dat eenmaal in den oorlog is, openbaart zich de moedernatuur op andere wijze. Dan ziet de vrouw in de zonen der moeders aan gene zijde harer landsgrenzen, de vijanden van háár kroost, die háár kinderen zullen dooden, als zij niet gedood worden. Om háár jong te beschermen, wil zij dan den vermeenden aanvaller tot elken prijs vernietigen. Zien wij dit niet duidelijk in de dierenwereld? Sla eens een beest met jongen gade, wanneer er in de nabijheid van het nest gevaar dreigt. Het zachtzinnigste dier wordt op zoo'n
oogenblik een gevaarlijke vijand, die brute eigenschappen vertoont, die het te voren niet bezat. Zoo is het ook met de vrouw als haar land zich in oorlog bevindt. Uit de wilde, woeste uitingen, die dan van velen harer vernomen worden, uit haar hulpvaardigheid om oorlogsmaterialen te willen helpen maken, spreekt haar angst voor haar kroost. Daaruit tot haar strijdlust, haar moordlust te concludeeren, bewijst dat men den oorsprong ervan niet heeft nagegaan. Zéér goed wordt dit in de oorlogvoerende landen ingezien. Om de vrouwen, b. v. in Engeland, aan te sporen in de munitiefabrieken te komen werken, had men op vele der aanplakbiljetten, waarbij krachten voor dit werk werden opgeroepen, in meer of minder bloemrijke taal, gezet: “Elke bom méér beteekent een vijand gedood en een Engelschman gered. Zoo tracht men in oorlogvoerende landen de vrouwen te winnen om werk te verrichten, waartegen anders haar gansche natuur in opstand zou komen. Hoewel het economisch vraagstuk, in verband met den oorlog en de vrouw, morgen door eenige andere spreeksters behandeld zal worden, wil ik er toch even op wijzen, dat ook de economische gevolgen van den oorlog zeer zwaar op de schouders der vrouwen drukken. Een groot deel van het productieve werk door mannen in vredestijd verricht, moet door de vrouwen worden voortgezet, zoodra de mannen worden opgeroepen om naar de grenzen te gaan. Door haren productieven arbeid moeten, tijdens den duur van den oorlog, de gezinnen en het geheele leger in leven worden gehouden. Met de vrouwen als producenten, kunnen de landen zich in oorlogstijd staande houden; zonder dit werk der vrouwen kan geen land langen tijd oorlogvoeren. In oorlogstijd doen de vrouwen, wat sedert onheuglijke tijden door de vrouwen steeds werd gedaan, in oorlogstijd nemen zij, naast hare moedertaak, ook het opbouwende, productieve werk voor het ras weder op zich. Ook in dit opzicht voert de oorlog ons tot de oertijden terug. Zeer duidelijk werd de invloed van de werkzaamheden der vrouwen aangetoond in den oorlog tusschen Engeland en Zuid-Afrika. Toen Mrs. C HAPMAN C AT en ik bij ons bezoek aan Zuid-Afrika, President S TEYN opzochten, werd ons door hem medegedeeld dat de vrouwen van Zuid-Afrika in één jaar zooveel hadden geproduceerd dat niet alleen de gezinnen, maar ook het geheele leger daar wel drie jaren op teren konden. En dit niet alleen wat voedselvoorraad betrof, maar ook kleeding en schoeisel, oorlogsbenoodigdheden, kortom alles wat het leger noodig had. Doch toen de Engelschen de voorraadschuren vernietigd hadden en de vrouwen in concentratiekampen hadden ondergebracht, begrepen de boeren dat langer volhouden van den oorlog onnoodig was, want dat nu hun economische hulpbronnen waren uitgedroogd. President S TEYN verklaarde dan ook dat het verlies van den oorlog door Zuid-Afrika eenvoudig het gevolg is geweest van een oorlogstruc van de zijde van Engeland. Het is niet geweest een militaire overwinning van het volk, maar men heeft gewonnen door de vrouwen het verder arbeiden voor de economische en militaire behoeften te beletten. Nooit is dit misschien zoo duidelijk in het licht gekomen dan toen in Zuid-Afrika, omdat alle strijdbare mannen aan den oorlog deelnamen en alle vrouwen aan den productieven arbeid. Daarom is dit verschijnsel dan misschien veel duidelijker aan te toonen dan in de tegenwoordig oorlogvoerende landen. Dat de vrouwen om al deze en nog vele ongenoemde redenen, niet alleen het recht , maar ook de plicht hebben, thans van alle regeeringen te eischen, dat men haar medezeggingschap geeft in alle regeeringszaken, lijkt mij aan geen twijfel meer onderhevig. Wij moeten het in het vervolg in onze macht hebben, zulke catastrophen, als wij nu beleven, te kunnen voorkomen. Wij mogen niet langer gedoogen, dat men ons onder den druk der politieke onmondigheid houdt, niet voor ons-zelf, niet voor de veiligheid en het levensgeluk der kinderen, niet voor de belangen der menschheid. Door dezen oorlog zijn vele hardnekkige tegenstanders van vrouwenkiesrecht tot voorstanders ervan bekeerd. En dat niet alleen door het werk in de oorlogvoerende landen door vrouwen verricht, maar meer nog doordat zij hebben leeren inzien, waartoe éénzijdig mannen-inzicht in de regeeringslichamen leidt, ontegenzeggelijk leiden móét. Met I SRAËL Z ANGWILL , de bekende Engelsche schrijver en humorist, roepen nu velen: “Ontwaakt, Parlementen, geef den vrouwen medezeggenschap in het bestuur van het land. Een wereldorde, opgebouwd op de grondslagen van mannen-
inzicht-alléén, heeft ons in dezen hel gebracht. Door den verzachtenden invloed der vrouwen zal het mogelijk beter gaan; in slechter banen dan het wereldbestuur nu is geleid, kan het niet”. Hoevele duizende vrouwen hebben in de bange dagen, die wij thans doorleven, niet uitgeroepen: Nooit, nooit meer zoo'n oorlog! Deze oorlog moet de laatste zijn! Op al die vrouwen rust thans de plicht, voorzoover zij dat nog niet hebben gedaan, zich te scharen in de rijen der strijdsters voor vrouwenkiesrecht. Als een krachtig aaneengesloten schare dienen de vrouwen van heel de wereld thans haar deel op te eischen in het Wereldbestuur, opdat straks, als de oorlogsfakkel is uitgedoofd, en getracht zal worden Europa op nieuw op te bouwen, deze opbouw op een hechte vredesbasis zal rusten.
 
Uittreksel uit de Resoluties van het Internationaal Congres van Vrouwen. (Den Haag 28 April tot 1 Mei 1915). Doel van het Internationaal Vrouwen-Comité voor Duurzamen Vrede. I. Te zorgen dat een Internationaal Congres van Vrouwen gehouden wordt ter zelfder plaats en tegelijkertijd met de officieele Conferentie, die de voorwaarden van het Vredesverdrag na den oorlog zal vaststellen, met het doel aan deze Conferentie practische voorstellen voor te leggen. II. Organisaties te scheppen ter ondersteuning van de resoluties aangenomen door het Internationaal Congres van Vrouwen in Den Haag in 1915. Voorgestelde Nationale Comité's of Afdeelingen. Het is wenschelijk, dat in ieder land een werkwijze wordt aangenomen ter bevordering van het doel, dat het “Internationale Vrouwen-comité voor een duurzamen Vrede” beoogt. I. Het zal waarschijnlijk noodig zijn een speciaal Comité te vormen met het doel afgevaardigden te zenden naar het voorgenomen Vrouwen-Congres, dat gehouden zal worden ter zelfder plaats en tegelijkertijd met de officieele Conferentie, die de voorwaarden voor het Vredesverdrag na den oorlog zal vaststellen. II. Met het oog op de propaganda zal het wenschelijk zijn dat zich in ieder land een Nationale Vereeniging constitueert waarvan leden kunnen zijn, degenen die instemmen met: a. de uitstrekking van het kiesrecht tot de vrouwen; b. de oplossing van internationale geschillen langs vreedzamen weg; en die over het algemeen instemmen met de door het Internationaal Congres van Vrouwen aangenomen resoluties. Minimum-bijdrage voor het lidmaatschap van het Nederlandsch Comité ƒ 0.50. Opgave bij de Secretares Mej. A. L. OPPENHEIM Parkstraat 2, Den Haag.
Uitgaven van het Nederlandsch Comité van Vrouwen voor Duurzamen Vrede: I. V OOR  EN  NA  DEN  VREDE , door Dr. J. van den Bergh van Eysinga-Elias. Prijs ƒ 0.10. II. I N  SAMENWERKING  LIGT  ONZE  KRACHT . Prijs ƒ 0.05. III. D E  HUIDIGE  OORLOG  IN  HET  LICHT  DER  GESCHIEDENIS , door Dr. J. van den Bergh van Eysinga-Elias. Prijs ƒ 0.20. IV. N A  TWEE  JAAR , door Mevr. H. van Biema-Hijmans. Prijs ƒ 0.05. V. V ERSLAG  VAN  HET  NATIONAAL  CONGRES  VAN  HET  NEDERLANDSCH  COMITÉ  VAN  VROUWEN  VOOR  DUURZAMEN VREDE . Den Haag 28 en 29 April 1917. Prijs ƒ 1.50. Fr. p. post ƒ 1.65. VI. D E  VROUW  EN  DE  VREDESBEWEGING  IN  VERBAND  MET  HET  VROUWENKIESRECHT , door Dr. Aletta Jacobs. (Overdruk uit het Congresverslag). Prijs ƒ 0.10. VII. D E  VROUW  EN  DE  VREDESBEWEGING  IN  VERBAND  MET  DE  ONTWIKKELING  DER  WERELDBESCHOUWING , door Mr. Clara Wichmann. (Overdruk uit het Congresverslag). Prijs ƒ 0.10. Eveneens verkrijgbaar bij de Secretaresse, Mejuffrouw A. L. Oppenheim, Parkstraat 2, 's-Gravenhage: A ANGENOMEN  RESOLUTIES  VAN  HET  INTERNATIONAAL  CONGRES  VAN  VROUWEN . Den Haa 28 A ril-1
  
Mei 1915). Prijs ƒ 0.10. R APPORT  INTERNATIONAAL  CONGRES  VAN  VROUWEN . (Den Haag, 28 April-1 Mei 1915). Prijs ƒ 1.50. Fr. per post ƒ 1.65.
Opmerkingen van de bewerker Het origineel is in deze uitgave zo goed mogelijk gevolgd, met uitzondering van de volgende correcties van kennelijke drukfouten: De naam Israël Zangwill was in het origineel cursief gedrukt. Hiervan is kleinkapitaal gemaakt, zoals ook bij de andere namen gedaan was. Het guldenteken bij de prijs van “In samenwerking ligt onze kracht” was een f, dit is veranderd in ƒ zoals ook bij de andere werken het geval was. DE  VROUW  EN  DE  VREDESBEWEGING …” veranderd in “D E  VROUW  EN  DE  VREDESBEWEGING …”
End of the Project Gutenberg EBook of De vrouw en de vredesbeweging in verband met het vrouwenkiesrecht, by Aletta Henriëtte Jacobs *** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VROUW EN DE VREDESBEWEGING *** ***** This file should be named 26148-h.htm or 26148-h.zip ***** This and all associated files of various formats will be found in:  http://www.gutenberg.org/2/6/1/4/26148/ Produced by Anna Tuinman, André Engels, Eline Visser and the Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ Updated editions will replace the previous one--the old editions will be renamed. Creating the works from public domain print editions means that no one owns a United States copyright in these works, so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United States without permission and without paying copyright royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you do not charge anything for copies of this eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, performances and research. They may be modified and printed and given away--you may do practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is subject to the trademark license, especially commercial redistribution.
*** START: FULL LICENSE *** THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free distribution of electronic works, by using or distributing this work (or any other work associated in any way with the phrase "Project Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project Gutenberg-tm License (available with this file or online at http://gutenberg.net/license). Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm electronic works 1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to and accept all the terms of this license and intellectual property
(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. 1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be used on or associated in any way with an electronic work by people who agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works even without complying with the full terms of this agreement. See paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic works. See paragraph 1.E below. 1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the collection are in the public domain in the United States. If an individual work is in the public domain in the United States and you are located in the United States, we do not claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, displaying or creating derivative works based on the work as long as all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily comply with the terms of this agreement by keeping this work in the same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. 1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in a constant state of change. If you are outside the United States, check the laws of your country in addition to the terms of this agreement before downloading, copying, displaying, performing, distributing or creating derivative works based on this work or any other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning the copyright status of any work in any country outside the United States. 1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: 1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, copied or distributed: This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.net 1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived from the public domain (does not contain a notice indicating that it is posted with permission of the copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in the United States without paying any fees or charges. If you are redistributing or providing access to a work with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. 1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted with the permission of the copyright holder, your use and distribution must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the permission of the copyright holder found at the beginning of this work. 1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm License terms from this work, or any files containing a part of this work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. 1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this electronic work, or any part of this electronic work, without prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with active links or immediate access to the full terms of the Project Gutenberg-tm License.
1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any word processing or hypertext form. However, if you provide access to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.net), you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. 1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. 1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided that - You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from  the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method  you already use to calculate your applicable taxes. The fee is  owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he  has agreed to donate royalties under this paragraph to the  Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments  must be paid within 60 days following each date on which you  prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax  returns. Royalty payments should be clearly marked as such and  sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the  address specified in Section 4, "Information about donations to  the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - You provide a full refund of any money paid by a user who notifies  you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he  does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm  License. You must require such a user to return or  destroy all copies of the works possessed in a physical medium  and discontinue all use of and all access to other copies of  Project Gutenberg-tm works. - You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any  money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the  electronic work is discovered and reported to you within 90 days  of receipt of the work. - You comply with all other terms of this agreement for free  distribution of Project Gutenberg-tm works. 1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. 1.F. 1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread public domain works in creating the Project Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic works, and the medium on which they may be stored, may contain "Defects, such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or " corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by your equipment. 1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right  of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all liability to you for damages, costs and expenses, including legal fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. 1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a