Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen Handelingen van het Europees Parlement Zitting 1999. Volledig verslag van de Vergadering van 24 tot en met 25 februari 1999

-

Documents
96 pages
Obtenez un accès à la bibliothèque pour le consulter en ligne
En savoir plus

Description

ISSN 0378-5025 Bijlage Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. 4-534 Uitgave Handelingen van het Europees Parlement in de Nederlandse taal Zitting 1999 Volledig verslag van de Vergadering van 24 tot en met 25 februari 1999 Leopoldcomplex, Brussel Inhoud Vergadering van woensdag 24 februari 1999 1 Vergadering van donderdag 25 februari 1999 65 TEN GELEIDE Naast de Nederlandstalige uitgave verschijnen de Handelingen in de volgende officiële talen van de Unie: Spaans, Deens, Duits, Grieks, Engels, Frans, Italiaans, Portugees, Fins en Zweeds. De Nederlandstalige uitgave bevat alle in het Nederlands uitgesproken teksten, alsook de vertaling, door freelance­vertalers, van de overige bijdragen aan het debat. In dat geval staat de oorspronkelijke taal tussen haakjes na de naam van de spreker aangegeven: (ES) voor Spaans, (DA) voor Deens, (DE) voor Duits, (EL) voor Grieks, (EN) voor Engels, (FR) voor Frans, (ΓΓ) voor Italiaans, (PT) voor Portugees, (Fl) voor Fins en (SV) voor Zweeds.

Sujets

Informations

Publié par
Nombre de visites sur la page 7
Langue Nederlandse
Signaler un problème

ISSN 0378-5025
Bijlage Publicatieblad
van de
Europese Gemeenschappen
Nr. 4-534
Uitgave
Handelingen van het Europees Parlement in de Nederlandse taal
Zitting 1999
Volledig verslag van de Vergadering
van 24 tot en met 25 februari 1999
Leopoldcomplex, Brussel
Inhoud Vergadering van woensdag 24 februari 1999 1
Vergadering van donderdag 25 februari 1999 65 TEN GELEIDE
Naast de Nederlandstalige uitgave verschijnen de Handelingen in de volgende officiële talen
van de Unie: Spaans, Deens, Duits, Grieks, Engels, Frans, Italiaans, Portugees, Fins en Zweeds.
De Nederlandstalige uitgave bevat alle in het Nederlands uitgesproken teksten, alsook de
vertaling, door freelance­vertalers, van de overige bijdragen aan het debat. In dat geval staat
de oorspronkelijke taal tussen haakjes na de naam van de spreker aangegeven:
(ES) voor Spaans, (DA) voor Deens, (DE) voor Duits, (EL) voor Grieks, (EN) voor Engels,
(FR) voor Frans, (ΓΓ) voor Italiaans, (PT) voor Portugees, (Fl) voor Fins en (SV) voor Zweeds.
Voor de authentieke versie zij verwezen naar de Handelingen in de desbetreffende taal
Lijst van afkortingen van de fracties, zoals vermeld achter de naam van de spreker
(PSE) Fractie van de Partij van de Europese Sociaal­Democraten
(PPE)Fractie van de Europese Volkspartij (Christen­democratische Fractie)
(UPE) Fractie Unie voor Europa
(ELDR)Fractie van de Europese Liberale en Democratische Partij
(GUE/NGL) Confederale Fractie Europees Unitar Links/Noords Groen Links
(V) Fractie De Groenen in het Europees Parlement
(ARE) Fractie Europese Radicale Alliantie
(I-EDN)Fractie van Onafhankelijken voor het Europa van de Nationale Staten
(NI) Niet­ingeschrevenen
De tijdens de vergaderperiode van 24 tot en met 25.2.1999 aangenomen resoluties zijn
opgenomen in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen C 153 van 1.6.1999. Handelingen van het Europees Parlement Nr. 4-534/1 24.2.99
VERGADERING VAN WOENSDAG 24 FEBRUARI 1999
Inhoud
1. Hervatting van de zitting 2
2. Mededeling van de Voorzitter
Stenzel, Nassauer, Perry
3. Goedkeuring van de notulen
Fontaine, Theato, Fabre-Aubrespy 4
4. Agenda
Breyer 5
5. Hechtenis van Abdullah Öcalan en Koerdisch probleem
Volmer (Raad), Van den Broek (Commissie), Green, Oostlander, Bertens, Ephremidis, Pasty, Aelvoet, DellAlba,
Bonde, Celiai, Swoboda, Graziani, Kronberger, Danken, Langen, Lambrias, Robles Piquer, Volmer, Swoboda, Vol­
mer, Ephremidis, Dankert, Van den Broek
6. Ontwerpovereenkomst van de Commissie met Zuid-Afrika
Volmer (Raad), Theorin, Oomen-Ruijten, Cars, Moreau, Telkamper, Posada Gonzalez, Souchet, G. Kinnock, Mez­
zaroma, Barros Moura, Kittelmann, Spiers, Volmer 14
7. Vervoersbeleid: harmonisatie van de voorschriften van sociale aard
Grosch, McMahon, Schlechter, Mendes Bota, Wijsenbeek, Moreau, Lukas, Sindal, Stenmarck, N. Kinnock (Com­
missie) 18
8. Opneming van Turkije in de programma's „Socrates" en „Jeugd"
Heinisch, Schwaiger, Elchlepp, Monflls, Guinebertière, Ceyhun, Maes, Vanhecke, Sichrovsky, Musumeci, Le Gallou,
Van den Broek (Commissie) 23
9. Programma „Soaates" (tweede fase)
Pack, Elchlepp, Heinisch, Virrankoski, Guinebertière, Kerr, T. Mann, Frischenschlager, Hyland, Hawlicek, Matikai-
nen-Kallstróm, Crowley, Elliott, Rack, Tongue, Stenzel, Cresson (Commissie) 27
10. Belasting op het verbruik van tabaks/abrikaten
Langen, Rosado Fernandes, Metten, Matikainen-iCallström, Holm, Porto, Rübig, Cresson (Commissie), Metten,
Langen, Cresson 35
11. Regionalisatie gemeenschappelijk visserijbeleid
Gallagher, Baldarelli, Provan, McKenna, Ewing, Provan, Souchet, Paisley, Sindal, McCartin, Hudghton, McMa­
hon, Fraga Estévez, Varela Suanzes-Carpegna, Cunha, Bonino (Commissie) 39
12. Vrijwaringsperiode voor nieuwe uitvindingen in de nationale octrooiwetten
Rothley, Oddy, Añoveros Trias de Bes, Thors, Ullmann, Gebhardt, Bonino (Commissie) 46
13. Versterking van de cohesie en het concurrentievermogen
de Lassus Saint Geniès, Karamanou, Berend, Ahern, Vallvé, Lage, Lukas, Hatzidakis, Rack, Chichester, Porto,
Wulf-Mathies (Commissie) 49
14. Merktekens op en procedure voor de overeenstemmingsbeoordeling van verpakkingen
Grossetête, Riis-jørgensen, Gillis, Hautala, Blokland, Souchet, Bjerregaard (Commissie) 55 Nr. 4-534/2 Handelingen van het Europees Parlement 24.2.99
15. Etikettering en presentatie van en reclame voor levensmiddelen
Schnellhardt, Klaß, Lulling, Whitehead, Schleicher, Riis-)ørgensen, Cabrol, Marinucci, Hyland, Bébéar, Gillis, Ban­
gemann (Commissie) 58
VOORZITTER: DE HEER GIL-ROBLES GIL-DELGADO
Voorzitter
(De vergadering wordt om 15.05 uur geopend)
I. Hervatting van de zitting
De Voorzitter. — Ik verklaar de zitting van het Europees Parlement, die op vrijdag 12 februari 1999 werd onder­
broken, te zijn hervat.
2. Mededeling van de Voorzitter
De Voorzitter. — Waarde collega's, verscheidene leden en fracties hebben mij aangesproken over het feit dat zich
de afgelopen weken in Frankrijk, Italië en recentelijk in Oostenrijk lawines hebben voorgedaan die een groot aantal
mensen het leven hebben gekost. De lawine die zich in het westen van Tirol heeft voorgedaan, was zelfs de grootste
van de laatste 50 jaar en heeft een tol van 5 doden en 33 vermisten geëist.
Ik denk dat ik de gevoelens van het Parlement vertolk wanneer ik onze condoléances overbreng aan de betrokken
regeringen en aan de families van de slachtoffers, zoals wij dat gewoonlijk doen bij dergelijke rampen. En ik ben er­
van overtuigd dat u allen de bedroefdheid deelt om wat er in de Unie, in Frankrijk, Italië en Oostenrijk, is gebeurd.
(Applaus)
Stenzel (PPE). — (DE) Mijnheer de Voorzitter, namens de Oostenrijkse leden van de Fractie van de Europese Volks­
partij en de Fractie van de Partij van de Europese Sociaal-Democraten dank ik u voor uw woorden van medeleven
met de families van de slachtoffers van de lawines in Tirol. Ik wil nog het volgende opmerken. Dit was, zoals u hebt
gezegd, de zwaarste lawineramp in Oostenrijk sedert de Tweede Wereldoorlog. Ook in andere Alpengebieden in en
buiten de EU, namelijk in Italië en Frankrijk en Zwitserland, hebben zich rampen voorgedaan. In Oostenrijk heeft
het parlement vandaag voor de slachtoffers een minuut stilte in acht genomen. Ook het Europees Parlement zou dat
moeten doen om de slachtoffers van de lawineramp in Galtür te gedenken.
Ik vraag de vertegenwoordiger van de Commissie dat op de begroting voor 1999, meer bepaald op de begrotingslij­
nen B4-330 voor natuur- en milieurampen, geld wordt vrijgemaakt om de getroffen gebieden te helpen. Snelle hulp
is dubbele hulp. Ik dank u.
De Voorzitter. — Dank u wel, mevrouw Stenzel. Ik geloof dat de Commissie daar nota van heeft genomen. Ge­
woonlijk neemt het Parlement bij dit soort rampen geen minuut stilte in acht, eenvoudigweg omdat Europa zo groot
is en er helaas zoveel rampen plaatsvinden dat we het anders heel vaak zouden moeten doen. Maar ik heb er geen
enkel bezwaar tegen om uw voorstel te aanvaarden. Als u het goedvindt, geachte collega's, wil ik u vragen om een
minuut stilte in acht te nemen.
(Het Parlement neemt een minuut stilte in acht)
*
* *
De Voorzitter. — De laatste dagen heb ik van sommige leden ook klachten ontvangen over de beslissing om de
vergaderingen van afgelopen maandag af te gelasten. Ik wil u daarom kort uitleggen wat die beslissing precies in­
hield en waarom die is genomen.
In de eerste plaats wil ik nadrukkelijk zeggen dat het Europees Parlement zijn deuren niet heeft gesloten. Het Parle­
ment was maandag de hele dag open, en er was voor gezorgd dat de leden en de bezoekers die erin slaagden het Par­
lement te bereiken, konden rekenen op de meest noodzakelijke diensten. Een voorbeeld daarvan is dat ondervoorzit­
ter Imbeni in het Parlementsgebouw met een delegatie van Italiaanse landbouwers heeft kunnen spreken. 24.2.99 Handelingen van het Europees Parlement Nr. 4-534/3
De Voorzitter
Ten tweede wil ik er aan herinneren dat het Parlement niet bevoegd is om de openbare orde in de onmiddellijke na­
bijheid van de Parlementsgebouwen te handhaven. Die bevoegdheid berust bij de Belgische autoriteiten, en het was
hun beslissing om het gebied rondom de instellingen van de Gemeenschap af te zetten.
Ten derde: door de maatregelen van de Belgische autoriteiten kon niet worden gerekend op de aanwezigheid van
het personeel dat onmisbaar is voor een correct verloop van de vergaderingen van parlementaire commissies. U
weet beter dan ik dat daarvoor een heel apparaat van ambtenaren, tolken, enzovoort nodig is, en daarom leek het
verstandiger om die vergaderingen af te gelasten. Die beslissing is genomen door de secretaris-generaal, in voort­
durend contact met mijzelf en met mijn uitdrukkelijke toestemming, en na raadpleging van de quaestor die verant­
woordelijk is voor veiligheidskwesties.
Tenslotte moet ook duidelijk worden gezegd dat de organisatoren van de betoging op geen enkel moment hebben
verzocht om door het een of andere orgaan van het Europees Parlement te worden ontvangen. Dit in tegenstelling
tot de boeren die deelnamen aan de betoging in Straatsburg tijdens de laatste plenaire vergadering daar: zij vroegen
wel om gehoord te worden in het Parlement, en ik heb ze samen met Commissievoorzitter Santer, de voorzitter van
de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de heer Colino, en commissaris Fischler persoonlijk ontvan­
gen. Aansluitend hebben we ongeveer een uur lang vergaderd.
Dit keer was de demonstratie echter gericht op de Raad en niet op het Parlement, en daarom vroegen de demon­
stranten ook niet om door het Parlement te worden ontvangen. Als zij daar wel om hadden gevraagd, dan zouden
ze natuurlijk zijn ontvangen. Voor zover dat mogelijk was geweest, tenminste, maar iedere delegatie zou in ieder ge­
val officieel zijn.
De beslissing die is genomen, terecht of onterecht, berustte dus op de praktische moeilijkheid om het Parlement te
bereiken en op voorzichtigheid, en mag in geen geval worden uitgelegd als ongevoeligheid of als een aantasting van
het recht om te demonstreren of politieke opvattingen kenbaar te maken aan het Parlement, want het Parlement is
altijd bereid te luisteren naar de opvattingen van burgers.
Mijnheer Nassauer, u heeft het woord.
Nassauer (PPE). — (DE) Mijnheer de Voorzitter, heb ik u echt goed begrepen en hebt u werkelijk gezegd dat de Bel­
gische overheid u, de Voorzitter van het Europees Parlement, heeft laten weten dat ze de veiligheid van de vergade­
ringen in dit gebouw niet kan garanderen?
In de tweede plaats zou ik willen weten waar in het Reglement ergens staat dat volgens de regels belegde vergaderin­
gen van het Parlement of van organen daarvan door de secretaris-generaal in overleg met de Voorzitter kunnen wor­
den afgelast. Komt dat niet het Bureau of de bevoegde instanties toe?
(Applaus)
Ten derde: vindt u het werkelijk gepast dat het Europees Parlement zijn vergaderingen afgelast en zijn politieke acti­
viteiten schorst omdat een demonstratie is aangekondigd? Had het Parlement, in plaats van zijn deuren zonder meer
te sluiten, niet beter met de demonstranten gesproken?
(Applaus)
De Voorzitter. — Ik zal uw drie vragen beantwoorden, mijnheer Nassauer.
In de eerste plaats hebben de Belgische autoriteiten ons niet verteld of wij vergaderingen konden houden of niet.
Wat ze ons hebben gezegd is dat zij het gebied af zouden sluiten, dat ze geen openbaar vervoer — metro, trein of
bus — door zouden laten, en dat er drie doorgangen voor auto's zouden zijn. Wij waren van mening dat in die om­
standigheden niet kon worden gegarandeerd dat de vergaderingen van parlementaire commissies — de enige activi­
teit die is opgeschort — plaats konden vinden met de ondersteuning van de nodige ambtenaren en tolken.
In antwoord op uw tweede vraag: die beslissing, die bekend werd gemaakt door de secretaris-generaal maar door
mij was goedgekeurd, valt in ieder geval binnen de bevoegdheden die ik als Voorzitter heb op basis van artikel 19
van het Reglement. Daarin staat namelijk dat de Voorzitter beschikt over alle bevoegdheden om te zorgen voor een
goed verloop van de beraadslagingen van het Parlement, en dus ook van de commissies van het Parlement. Als ik
geen zekerheid heb of die commissievergaderingen wel in goede orde kunnen verlopen omdat ik niet kan garande­
ren dat er vertolking zal zijn en voldoende ondersteunend personeel, dan is het mijn plicht om tegen de secretaris­
generaal te zeggen die vergaderingen af te gelasten.
Op uw derde vraag kan ik antwoorden dat er geen activiteiten zijn afgelast vanwege de betoging, maar omdat de
Belgische autoriteiten hadden besloten om de wijk waarin zich de Europese instellingen bevinden — niet alleen het
Parlement, maar ook de Commissie en de Raad — op een zodanige wijze af te zetten dat het Parlement moeilijk be­
reikbaar was.
Een aantal leden heeft om het woord gevraagd. Ik wil uw spreektijd niet bekorten, maar ik vraag u wel met het vol­
gende rekening te houden: de Raad wordt vandaag niet vertegenwoordigd door de heer Verheugen, die door ziekte
verhinderd is, maar door de heer Volmer, die ook nog verplichtingen heeft in de Bundestag. Hoe meer tijd we dus
nog besteden aan deze kwestie, des te minder tijd er overblijft voor de behandeling van de agenda.
Perry (PPE). — (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn opmerking betreft een ander maar desalniettemin verwant punt.
Toen ik hier vanmiddag aankwam vond er, buiten de toegangsdeuren tot deze vergaderzaal, een of andere demon­
stratie plaats. Men hield een groot spandoek omhoog — met welk doel doet er hier niet toe. Ik heb u al eens over Nr. 4-534/4 Handelingen van het Europees Parlement 24.2.99
Perry
dit probleem geschreven, mijnheer de Voorzitter. Het College van Quaestoren heeft me destijds laten weten dat der­
gelijke demonstraties bij de ingang van deze vergaderzaal niet zullen worden getolereerd. Desalniettemin werd hier
vanmiddag nog gedemonstreerd. Als we de openbare orde in de straten van Brussel niet kunnen handhaven, het zij
zo. Maar kunt u me op zijn minst verzekeren dat we hier in dit parlementsgebouw de boel in ieder geval onder con­
trole kunnen houden?
De Voorzitter. — Tot mijn spijt moet ik zeggen dat de demonstranten leden waren van ons eigen Parlement. U
kunt niet van mij verwachten dat ik de Rijkswacht vraag ze te verspreiden. Ern vijf parlementsleden bij deze
demonstratie betrokken. We vonden het beter ze maar te laten demonstreren, omdat we hen met een verbod alleen
maar in de kaart zouden spelen.
Ik denk dat we deze discussie hierbij moeten afsluiten, want ik zie dat er al zes mensen het woord gevraagd hebben.
Het spijt me zeer, maar we moeten nu verdergaan met de goedkeuring van de notulen van de laatste vergadering.
3. Goedkeuring van de notulen
De Voorzitter. — De notulen van de vergadering van vrijdag 12 februari 1999 zijn rondgedeeld.
Geen bezwaren?
Fontaine (PPE). — (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde even aangeven dat ik niet op de presentielijst van vrijdag
15 februari sta. Ik denk dat het om een vergissing gaat, want ik was wel degelijk aanwezig en ik herinner me zelfs
nog dat ik getekend heb. Ik ben daarom erg verbaasd en verzoek u mij op de desbetreffendet te zetten.
De Voorzitter. — Wij gaan dat onmiddellijk natrekken.
Theato (PPE). — (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb een opmerking en een vraag over blz. 7 van de Duitse versie
van de notulen van de vergadering van 12 februari 1999. In mijn interventie, die daarin wordt vermeld, heb ik ge­
zegd dat het verslag van het Comité van deskundigen ook naar de Commissie begrotingscontrole moest worden ver­
wezen. Ik verzoek u ons dat verslag voor de vergadering van deee van 15 en 16 maart
officieel te bezorgen. Wij moeten dat verslag kunnen bespreken en er in het vooruitzicht van de komende kwijtings­
procedures eventueel iets mee kunnen doen. Ik heb gezegd dat de Commissiee het meest ge­
schikte orgaan is om uit dat verslag de passende conclusies te trekken. Voor de Commissie begrotingscontrole is dit
een uiterst belangrijke aangelegenheid. Ik vraag daarom dat wij tijdig over de teksten kunnen beschikken.
(Applaus)
De Voorzitter. — Mevrouw Theato, ik vertrouw erop dat het Comité van deskundigen ons op maandag de 15e om
vijf uur „s middags zijn verslag overhandigt. En zo gauw als de vertalingen er zijn — de volgende dag al, hoop ik,
aangezien er wordt overgewerkt — zullen die worden doorgestuurd naar uw commissie. De Conferentie van voor­
zitters heeft besloten dat de fracties eigen resoluties kunnen indienen over dit verslag, maar dat uw commissie er na­
tuurlijk ook over kan beschikken om zich te buigen over de punten die u nog moet afhandelen.
Fabre-Aubrespy (I-EDN). — (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag een opmerking maken over de notulen. Het
lijkt alsof de secretaris-generaal en de adjunct secretaris-generaal de demonstrerende landbouwers op grote afstand
beter kunnen zien aankomen dan de afgevaardigden in dit Parlement.
Ik zou willen terugkomen op pagina 1 en mijn betoog, want volgens mij is dat wel erg beknopt weergegeven. Er
staat vermeld dat ik uw besluit — waarnaar mevrouw Theato, voorzitter van de Commissie begrotingscontrole, ver­
wees — vanuit juridisch oogpunt niet opportuun en ongepast vond. In de notulen dienen verder de volgende zaken
vermeld te worden: dat ik mij baseerde op bijlage 5, artikel 5 en dat ik benadrukt heb om welke reden de Commissie
begrotingscontrole in het bezit behoort te zijn van het verslag van het Comité van deskundigen. Ik vind het onaan­
vaardbaar dat de tekst van mijn betoog op zo'n beknopte wijze wordt weergegeven, ook al gaat het hier om de notu­
len.
De Voorzitter. — Mijnheer Fabre-Aubrespy, de transcriptie van uw betoog zal worden gecontroleerd en indien no­
dig worden aangepast.
(De notulen worden goedgekeurd) (')
4. Agenda
De Voorzitter. — Op verzoek van enkele fracties zijn de volgende wijzigingen van de agenda voorgesteld:
Woensdag:
— van 15.00 tot 16.00 uur — maar dat wordt nu al van 15.20 tot 16.00 uur — verklaringen van de Raad en de
Commissie over de hechtenis van Abdullah Öcalan en de noodzaak een politieke oplossing te vinden voor het
Koerdische probleem;
1) Aanwijzing commissies — Ingekomen stukken — Van de Raad ontvangen Verdragsteksten — Besluiten inzake diverse verzoek­
schriften: zie notulen. 24.2.99 Handelingen van het Europees Parlement Nr. 4-534/5
De Voorzitter
— van 16.00 tot 16.30 uur: verklaring van de Raad over zijn weigering om de door de Commissie voorgelegde ont­
werpovereenkomst met Zuid-Afrika goed te keuren;
— van 16.30 tot 20.30 uur en van 21.00 tot 24.00 uur wordt de agenda als volgt gewijzigd: de mededeling van de
Commissie over mededinging in de sport komt te vervallen; de aanbeveling voor de tweede lezing inzake de
kentekenbewijzen van motorvoertuigen (A4-0033/99) (rapporteur: de heer Bazin), zal op verzoek van de Com­
missie vervoer en toerisme worden behandeld volgens de procedure zonder debat, en zal bijgevolg bij de stem­
mingen van morgen worden ingeschreven.
Het woord is aan mevrouw Breyer.
Breyer (V). — (DE) Mijnheer de Voorzitterd, de Fractie De Groenen in het Europees Parlement wil overeenkomstig
artikel 129 van het Reglement voorstellen het verslag van mevrouw Grossetête naar de Commissie terug te verwij­
zen. Ter verantwoording van dat verzoek merk ik op dat wij niet mogen stemmen over verslagen waarvan de ver­
valdatum verstreken is. De Commissie werkt al aan een nieuw voorstel, heeft al met verschillende leden van het Par­
lement gesproken en uitdrukkelijk onderstreept dat er een volledig herziene versie bestaat. Het heeft volgens mij
dan ook weinig zin dat wij over een verslag stemmen dat al volkomen achterhaald is. Daardoor zouden wij ons ook
ietwat bespottelijk maken. Wij hebben genoeg ander werk om hier ook nog eens Sisyfusarbeid te gaan verrichten. Ik
vraag dan ook dat dit verslag naar de commissie wordt terugverwezen. Als wij de mening van de Commissie vragen,
zal die zeker bevestigen dat ze weldra een nieuw voorstel voorlegt en dat het dus weinig zin heeft hier over een ach­
terhaald verslag te stemmen.
De Voorzitter. — Mevrouw Breyer, ik kan uw voorstel niet in stemming brengen. De agenda is aangenomen in
Straatsburg. Ik heb nu alleen enige wijzigingen voorgesteld die vooraf zijn besproken met de fracties. Ik heb die wij­
zigingen voorgesteld omdat alle fracties ermee akkoord gingen. U stelt een nieuw onderwerp aan de orde dat nie­
mand anders heeft kunnen bespreken, en op een moment waarop dat reglementair niet is toegestaan. Ik kan uw
voorstel niet in stemming brengen omdat u dat eerder aan de orde had moeten stellen zodat het door iedereen be­
sproken had kunnen worden, of anders bij de vaststelling van de agenda.
Ik breng nu de wijzigingen van de agenda in stemming die na overleg met de fracties zijn voorgesteld.
(Het Parlement stemt in met het voorstel)
Breyer (V). — (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik vind uw handelwijze niet helemaal juist. In artikel 129 staat duidelijk:
„Kunnen ofwel bij de vaststelling van de agenda, ofwel vóór de opening van het debat... verzoeken...". Het debat is
nog niet geopend en wij hebben, zoals u hebt gezegd, de agenda vastgesteld. Ik wijs erop dat ook de Commissie eco­
nomische en monetaire zaken en industriebeleid er op haar laatste vergadering voor heeft gepleit dit punt niet op
de agenda te plaatsen omdat er al een nieuw voorstel van de Commissie bestaat.
Ik herhaal mijn verzoek met klem. U kunt de mening van dee daarover vragen. Het is echt zinloos dat wij
over een volstrekt achterhaald verslag debatteren. Daarom verzoek ik u mijn verzoek in stemming te brengen.
De Voorzitter. — Mevrouw Breyer, leest u het artikel maar eens goed. Op basis van dit artikel kunt u op drie mo­
menten vragen om terugverwijzing naar een commissie.
Ten eerste: bij de vaststelling van de agenda, maar dat is nu niet aan de orde. We hebben zojuist de agenda niet vast­
gesteld, wij hebben die alleen gewijzigd.
Ten tweede: voor de opening van het debat. Wanneer het debat wordt geopend, kunt u uw voorstel indienen.
Ten derde: voor de eindstemming.
Maar niet nu, want we zijn nu niet bezig de agenda vast te stellen; we hebben alleen maar ingestemd met enkele wij­
zigingen. (')
5. Hechtenis van Abdullah Öcalan en Koerdisch probleem
De Voorzitter. — Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de hechtenis van Abdullah
Öcalan en de noodzaak een politieke oplossing te vinden voor het Koerdische probleem.
Namens de Raad is het woord aan de heer Volmer.
Volmer, Raad. — (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is voor mij een groot genoegen hier in dit Parle­
ment voor het eerst het woord te mogen voeren. Jammer genoeg moeten wij het vandaag over een betreurenswaar­
dige aangelegenheid hebben. Na de arrestatie van de heer Öcalan door de Turkse autoriteiten en toen bleek dat de
internationale gemeenschap voor zijn berechting geen internationale oplossing kon vinden, braken in vrijwel alle
Europese landen onlusten uit waarbij een aantal doden en gewonden vielen en grote schade werd aangericht.
Wij veroordelen het gebruik van geweld met klem. Wij kunnen niet dulden of aanvaarden dat politieke problemen,
hoe ernstig ook, tot zulke gewelddaden leiden. Sedert de kwestie zich zo heeft toegespitst dat een uitbarsting dreigt,
Spreektijd: zie notulen. Nr. 4-534/6 Handelingen van het Europees Parlement 24.2.99
Volmer
wordt op verschillende niveaus in alle Europese landen en de Europese Unie de vraag besproken hoe wij aan een op­
lossing voor de conflicten in het zuidoosten van Turkije kunnen bijdragen. Dames en heren, u hebt daarover de ge­
meenschappelijke verklaring van de Unie van 22 februari 1999 gehoord. Na de PKK-demonstraties in Europa klinkt
de roep steeds luider om werk te maken van het buitenlands beleid. Ik ben het daarmee eens. Wij mogen niet ver­
geten dat de excessen van de jongste dagen te maken hebben met de escalatie van een conflict dat zich in de eerste
plaats in Turkije, een van onze NAVO-partners en in de toekomst ooit ook EU-partner, afspeelt en daar ook zijn oor­
sprong vindt.
Voorts horen wij in het publieke debat van deze dagen ook heel veel onzin en moeten wij alles eens op een rijtje zet­
ten. Ik zou dat nu willen proberen. Juist is volgens mij dat de PKK zichzelf door haar terreur- en gewelddaden in dis­
krediet heeft gebracht. De PKK maakt het voor ons ook moeilijk om te geloven dat ze inderdaad de rechtmatige be­
langen van de Koerdische bevolking verdedigt. De PKK van Öcalan zou op dit ogenblik echter een minder opval­
lende rol spelen en minder machtig zijn als de situatie in ons partnerland Turkije anders was en Turkije niet voort­
durend voor zijn territoriale integriteit vreesde.
De PKK, haar doelstellingen en methodes zijn dus ten dele ook symptomatisch voor een dieper liggend probleem.
Daarom kan de PKK voor ons niet de legitieme exponent van de Koerdische belangen zijn en kunnen wij de PKK
niet als conflictpartij erkennen. Door haar blinde gewelddaden ondergraaft de PKK als politieke macht integendeel
telkens opnieuw haar eigen geloofwaardigheid. Het gevaar is bovendien zeer groot dat de PKK bij een groot deel
van de Europese publieke opinie ook de Koerdische doelstellingen zelf in diskrediet heeft gebracht. Het is vooral aan
de PKK toe te schrijven dat Turkije vrijwel elk streven naar een etnische identiteit nog altijd als een gevaar voor zijn
staatkundige eenheid en territoriale integriteit beschouwt. Opdat Turkije in de toekomst de rechtmatige verwachtin­
gen van etnische groepen kan inlossen en die van terroristische dreiging kan onderscheiden, moet die angst worden
weggenomen. Dat is absoluut onmogelijk als een groepering die het geweld niet schuwt en ook in Europa al te vaak
gewelddadig optreedt zich als verdediger van de rechtmatige Koerdische belangen opwerpt.
Om echt vooruitgang te boeken moeten wij de moed en de kracht hebben om de waarheid onder ogen te zien en
voor verzoening te ijveren. Daarom moeten wij in alle vriendschap de waarheid durven te zeggen, ook als die pijn­
lijk en onaangenaam is. In de eerste plaats moeten wij erkennen dat er een Koerdisch vraagstuk bestaat. In de tweede
plaats moeten wij zeggen dat het probleem alleen in Turkije zelf kan worden opgelost. In de derde plaats moeten wij
met Turkije een dialoog op gang brengen over de vraag hoe de kwestie het best kan worden geregeld.
Wij vinden dat elk volk en elke bevolkingsgroep recht heeft op culturele autonomie en op tenminste een gedeeltelijk
zelfbestuur op cultureel gebied. Dat recht moet echter duidelijk worden onderscheiden van het recht op staatkun­
dige onafhankelijkheid, dat tot separatisme leidt. Dat onderscheid tussen culturele autonomie en staatkundig separa­
tisme is ook tijdens de onderhandelingen in Rambouillet de sleutel geweest waarmee de Contactgroep heeft gepro­
beerd tot een vreedzame oplossing bij te dragen. Datd is volgens ons ook de sleutel tot de oplossing van
andere regionale conflicten.
Wij hopen dat de Turkse regering de door de arrestatie van Öcalan geboden kans zal aangrijpen. Wij hopen dat de
Turkse regering het onderscheid tussen staatkundige afscheiding en culturele autonomie maakt. Ook het volken­
recht biedt daarvoor argumenten. Het zelfbeschikkingsrecht van de volken houdt niet automatisch het recht op een
eigen staat in. Omgekeerd mogen de rechten van minderheden, bijvoorbeeld het recht op culturele autonomie, niet
uit een al dan niet gerechtvaardigde vrees voor separatisme worden afgewezen of onderdrukt. Wij hopen dat wij
met Turkije in dialoog kunnen treden en dat die dialoog vruchten afwerpt. In Turkije zelf worden bemoedigende ver­
klaringen afgelegd. Zo heeft president Demirei zelf voor amnestie gepleit voor PKK-strijders die de wapens neerleg­
gen.
Premier Ecevit heeft zich tegen de doodstraf uitgesproken. In het Turks parlement is een wetsontwerp ingediend
waarin een zekere regionalisering in het vooruitzicht wordt gesteld. Dat zijn bemoedigende signalen, waarop wij
met genoegen ingaan om tot een zowel voor de Turkse staat als voor de Koerdische minderheid aanvaardbare oplos­
sing te komen. Wij erkennen dat Turkije terecht zijn staatkundige integriteit wil behouden. Wij zullen Turkije daarbij
helpen. Anderzijds hebben de Koerden volkomen gelijk als zij culturele autonomie eisen. Wij steunen ook hen
daarin. Wij zullen de nog onopgeloste problemen met de Turkse regering bespreken. De voorwaarden voor een dia­
loog zijn gunstiger dan ooit. Turkije heeft immers van verschillende zijden gehoord dat het volwaardig lid van de Eu­
ropese Unie kan worden als het aan alle criteria voldoet die in Kopenhagen voor alle EU-kandidaat-landen werden
vastgesteld. In het geval van Turkije gaat het in het bijzonder om de criteria inzake democratisering en mensenrech­
ten.
Wat de situatie in mijn eigen land betreft, hebben de discussies over de verbetering van de wetgeving inzake het
staatsburgerschap in Duitsland tot gevolg dat de dialoog met Turkije heel wat vlotter verloopt. Als wij zeggen dat
het probleem van de vluchtelingen en asielzoekers moet worden opgelost op de plaats waar de oorzaak van hun
vlucht ligt, dan is het van het allergrootste belang dat wij de dialoog met Turkije verbeteren. In dat opzicht is het de­
bat in Duitsland over de herziening van het nationaliteitsrecht erg belangrijk. Ik hoop dat Turkije de huidige situatie
aangrijpt om het Koerdische vraagstuk op basis van de democratische beginselen en de eerbiediging van de mensen­
en minderheidsrechten op te lossen en aldus een nieuwe stap in de richting van Europa te doen.
(Applaus)
Van den Broek, Commissie. — Voorzitter, de tijd is kort, dus laat ik mij ook kortheidshalve aansluiten bij de woor­
den van het Raadsvoorzitterschap en alleen nog eens onderstrepen dat de door de Raad aangenomen verklaring van 24.2.99 Handelingen van het Europees Parlement Nr. 4-534/7
Van den Broek
afgelopen maandag uit de aard der zaak volledig door de Commissie wordt onderschreven. Daar wordt nog eens
een keer herhaald, in overduidelijke termen, de veroordeling van terreur, maar dat geldt zowel voor wat betreft op­
treden van Turkije tegen het extremisme als zij daar buiten de wet gaan, als tegen acties van de Koerden, zoals wij ze
helaas hebben moeten beleven naar aanleiding van de aanhouding en overbrenging van Öcalan naar Turkije. Ten
tweede, evenzeer uit respect voor de territoriale integriteit van Turkije die in deze hele discussie niet aan de orde be­
hoort te zijn. Daarnaast ook onze wens en ons uitdrukkelijk verzoek aan Turkije om recht te doen aan de conventies
waarbij ook Turkije is aangesloten, wanneer het gaat om een onafhankelijk en een eerlijk proces en de rechten van
de verdediging en van de verdachte.
Tenslotte het ook aandringen om het niet te laten bij het hoofd te bieden aan terroristische activiteiten, waarin wij
Turkije uit de aard der zaak behoren te steunen. Terreur accepteren wij in onze eigen landen ook niet, maar daartoe
niet de actie te beperken en opnieuw te willen onderzoeken in hoeverre nu een politieke, niet gewelddadige oplos­
sing kan worden gevonden voor wat is gaan heten het Koerdische vraagstuk. Het erkennen dat er zo'n vraagstuk is,
is het begin van een oplossing.
Met het Raadsvoorzitterschap willen wij ook zeggen dat het niet aangaat om uitsluitend en alleen maar kritiek in de
richting van Turkije uit te oefenen. Als het gaat om het respect voor mensenrechten heeft noch de Raad noch de
Commissie wat dat betreft Turkije haar kritiek gespaard. Maar het Koerdische vraagstuk als zodanig is natuurlijk van
een enorme complexheid en gecompliceerdheid met heel vele en brede repercussies. Ik zou ook in dat licht nog
eens aandacht van u Voorzitter en uw Parlement willen vragen voor voorstellen die de Europese Commissie in eer­
dere tijden heeft gedaan om te proberen de situatie in het zuidoosten van Turkije en met name de sociaal-economi­
sche onderontwikkeling daar ter plaatse te helpen verbeteren middels MEDA-programma's ten behoeve juist van die
regio, wetende dat terreur doorgaans ook een vruchtbare bodem vindt daar waar sociale onderontwikkeling aan de
orde is. Het is natuurlijk geen op zichzelf staand economisch vraagstuk het Koerdische vraagstuk, maar het dient
wel parallel te lopen bij ook politieke actie om een blijvende oplossing te vinden voor legitieme claims die de Koer­
dische gemeenschap heeft als het gaat om respect voor culturele identiteit en de rechten van minderheden.
Green (PSE). — (EN) Mijnheer de Voorzitter, alle discussies omtrent het Koerdische vraagstuk in dit Parlement heb­
ben aan de Turkse regering altijd dezelfde standaardreactie ontlokt: ten eerste, dat het een interne aangelegenheid is
en, ten tweede, dat het om terrorisme gaat. De gebeurtenissen van de afgelopen dagen en maanden en de recente de­
monstraties in Europa in het bijzonder hebben echter aangetoond dat het wel degelijk een internationaal vraagstuk
is van grote betekenis voor de vrede, stabiliteit en veiligheid in heel Europa.
Mijn fractie heeft al bij talloze gelegenheden uiting gegeven aan haar overtuiging dat terrorisme een symptoom is
van een probleem, en dat het alleen kan worden aangepakt als de oorzaken die het aanwakkeren worden weggeno­
men. We hebben in Noord-Ierland gezien hoe de IRA dankzij Bloody Sunday haar nieuwe rekruten als het ware op
een presenteerblaadje kreeg aangeboden. De situatie in Turkije is vergelijkbaar. De vernietiging van dorpen in het
zuidoosten en de gevolgen van de noodtoestand voor de burgers hebben het terrorisme alleen maar in de kaart ge­
speeld.
In mijn eigen kiesdistrict in Noord-Londen wonen duizenden Koerden, van wie de meeste afkomstig zijn uit Turkije.
Iedereen die net als ik de moeite heeft genomen met deze mensen van gedachten te wisselen zal niet langer twijfelen
aan de oprechtheid van hun wanhoop, hun verlangen naar vrede en hun hoop op erkenning van de Koerdische cul­
tuur, taal en tradities. De leden die de gebeurtenissen van de afgelopen week op televisie hebben gevolgd, hebben
kunnen zien hoe een vijftienjarig Koerdisch meisje in Londen zichzelf in brand stak. Dat jonge meisje woont in
Wood Green, in mijn eigen kiesdistrict. Zij en haar familie zijn vluchtelingen.
Ik verwerp iedere suggestie dat de mensen die we de vorige week zagen demonstreren, niets anders zijn dan een stel­
letje terroristen.
(Applaus)
Dat is namelijk gewoon niet waar. Natuurlijk zouden sommige van die demonstranten niet terugdeinzen voor terro­
ristische daden, maar net als iedereen zal mijn fractie dergelijke elementen actief bestrijden. De meeste demonstran­
ten waren echter mensen zoals u en ik. Om die reden wil mijn fractie van deze gelegenheid gebruik maken om er
bij de Turkse autoriteiten en politieke partijen op aan te dringen de kans die door deze gebeurtenissen wordt gebo­
den, niet voorbij te laten gaan. De arrestatie en de komende rechtszaak tegen de heer Öcalan bieden het land de
kans te laten zien dat zijn justitieel systeem zelfs bij een zo gevoelige zaak als deze eerlijk en transparant kan functio­
neren, overeenkomstig de internationale verplichtingen van Turkije op dat terrein.
Er zijn mensen die zich afvragen of we zelfs met dat verzoek al niet te ver gaan. Natuurlijk niet. Turkse ministers
hebben mij persoonlijk bevestigd dat er in Turkije buitengerechtelijke terechtstellingen plaatsvinden, en dat er in
Turkse gevangenissen wordt gemarteld. We hebben dus wel degelijk het recht dergelijke eisen te formuleren.
De huidige situatie biedt echter nog grotere kansen. Turkije zou nu moeten doorzetten en de legitieme klachten van
de Turkse Koerden serieus moeten nemen. Ik ben dan ook blij met de verklaring die de Raad in dit verband heeft op­
gesteld. De Turkse regering zou het bestel zodanig kunnen aanpassen dat de Koerdische minderheid een stem wordt
gegeven op politiek niveau. Ze zou de ernstige economische scheefgroei tussen het zuidoosten en de rest van Turkije
kunnen aanpakken. Ze zou de Koerden in Turkije het recht kunnen geven hun kinderen in hun eigen taal op te voe­
den. Ze zou, in de aanloop naar de Turkse verkiezingen, een einde kunnen maken aan de treitering van HADEP en
deze organisatie de gelegenheid kunnen bieden te participeren op gelijke voet met de andere politieke partijen in
Turkije.
(Applaus) Nr. 4-534/8 Handelingen van het Europees Parlement 24.2.99
Green
Als de Turkse autoriteiten deze stappen zouden nemen, zouden ze ons ervan overtuigen dat ze hun aanvraag voor
het lidmaatschap van de EU serieus nemen. Deze maatregelen zouden een directe positieve invloed hebben op de
stabiliteit en veiligheid van zowel Turkije als de Europese Unie, en zouden met overweldigende instemming door dit
Huis verwelkomd worden.
(Applaus)
Oostlander (PPE). — Mijnheer de Voorzitter, uiteraard is het zo dat iedereen, ook in de pers, op het ogenblik duide­
lijk verklaart dat wij wensen dat de heer Öcalan een rechtvaardig en open proces krijgt. Ook als het gaat om iemand
die wegens aantoonbaar terrorisme, waarschijnlijk, zal worden veroordeeld. Ook als het om iemand gaat die geweld­
dadige acties niet heeft geschuwd, een type actie waarvoor wij op zichzelf nooit sympathie hebben gehad evenmin
als voor de harde repressie die het Turkse leger in Zuid-Oost-Turkije heeft uitgevoerd. Toch een eerlijk, rechtvaardig
en open proces en niet alleen omdat het te maken heeft met onze waardering van de Europese Unie, omdat men an­
ders geen lid van de Europese Unie zou kunnen worden als Turkije, want het zou natuurlijk vreemd zijn als alleen
om die reden er een fair en open proces zou worden gehouden. Bovendien hebben wij ten aanzien van de verhou­
ding met Turkije natuurlijk menig ander politiek probleem op te lossen voordat er van aansluiting met de Unie
sprake zou kunnen zijn. Ik verbaas mij over de reacties soms ook van ministers van Buitenlandse Zaken, onder an­
dere die van Nederland, die in deze richting gaan.
Wij als Europese Unie zullen moeten beseffen dat dit proces toch maar een symptoom is van een dieper probleem,
een probleem dat ons allen aangaat mede ook omdat er zovele Turken en Turken van Koerdische afkomst in de Eu­
ropese Unie wonen. Jaar op jaar, generatie op generatie, gewend aan democratie en rechtsstaat waarvan er velen
zijn die met elkaar in discussie zouden willen gaan, die werkelijk een dialoog zouden willen voeren. Ik zou ook een
beroep op de Unie-vertegenwoordigers en op de Raad en op de Commissie willen doen om degenen in onze Unie,
Koerden en Turken, die met elkaar van hieruit van binnenuit tot een dialoog zouden willen overgaan om Turkije
van zijn minderhedenprobleem te bevrijden om die te steunen. Want het gaat met name om gematigden die hier
een oplossing zouden kunnen brengen. Het is niet alleen maar geweld geweest wat de arrestatie van Öcalan heeft
opgeroepen. Dat geweld veroordelen wij van ganser harte, maar er zijn ook demonstraties geweest, onder andere in
Amsterdam nog eind vorige week, die zeer waardig zijn verlopen en waarin de Koerden hebben laten zien dat er
ook een gematigde democratisch gezinde gemeenschap onder hen bestaat. Daar moeten wij naar luisteren.
Ik denk dat Turkije nu het momentum moet gebruiken om genereus te zijn. Genereus bij het oplossen van het pro­
bleem van de Koerden. Ik denk dat het ons allen aangaat dat een staat die lid wil zijn van de Europese Unie zich ook
van dat minderhedenvraagstuk bewust is. Het kan gebeuren binnen de territoriale integriteit van Turkije. Want ik
denk dat iedereen van ons het eens is met de Raadsvoorzitter die zegt van ja, er is geen recht op separatisme als het
gaat over zelfbeschikking. Er kan zelfbeschikking plaatsvinden met name als je leeft in een democratische rechts­
staat. Daar gaat het om dat Turkije de kans grijpt om die kant met grote stappen op te gaan.
(Applaus)
Bertens (ELDR). — Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de Raadsvoorzitter, mijnheer de commissaris, de arrestatie
van Öcalan heeft twee kanten. Op de eerste plaats betreft het hier de man die strakke leiding gaf aan een terroristi­
sche organisatie, de PKK. Diezelfde man en diezelfde PKK hebben hier nooit enige goedkeuring gekregen voor hun
daden, hoe tragisch en uitzichtloos ook dat lot van de Koerden mocht zijn. Toch dringen wij aan op een open proces
bij een civiele rechtbank. Als Turkije serieus lid wil worden van de Unie dan moet het zich vanzelfsprekend een
ware rechtsstaat tonen.
Aan de andere kant brengt de arrestatie van Öcalan het tragische lot van de Koerden weer op de politieke agenda. Ik
mag verwijzen naar een verslag van mijn ex-collega, de Italiaanse liberaal Gawronski, zeven jaar geleden in dit Huis
met algemene stemmen aangenomen, waarin hij het heeft over de mogelijkheden van dit Huis en van de Commissie
en van de Raad om de Koerden op de agenda te zetten.
Het betreft een volk, u weet het, van 25 miljoen mensen wiens bestaan niet wordt erkend. Dit volk werd het slacht­
offer, zegt men, van een interne verdeeldheid. Hun verspreiding over zeven landen, maar vooral de ontkenning
door de internationale gemeenschap met name in het begin van de twintiger jaren toen Frankrijk en Groot-Brit-
tannië nog mogendheden waren. De PKK is niet hetzelfde als de Koerden. Deze radicale beweging vertegenwoordigt
slechts een fractie van de Koerden. Er zijn tal van andere organisaties die wel democratische regels respecteren onder
de Koerden. De Turkse regering doet er fout aan om al dezes te verbieden. De heer Oostlander heeft het
er over gehad. Op die manier vervreemdt zij de democratische krachten van zich en bevordert zij radicalisering van
de Koerden en snijdt zij mogelijke oplossingsmogelijkheden af.
Wat kan onze Unie doen? De Unie moet democratisering en de rechten van Turkije blijven bevorderen en waarne­
mers sturen, ja natuurlijk. De Unie moet bij Turkije aandringen op respect voor de rechten van de burgers en min­
derheden. Burgers moeten het recht hebben op eigen taal en cultuur. Ook democratische partijen, zoals HADEP,
moeten hun rechten krijgen. Wanneer komt er een eind aan de gevangenschap van zovele Koerdische parlements­
leden?
Turkije moet de sociaal-economische ontwikkelingen van Zuid-Turkije bevorderen. Nog heb ik een hele rij wat zij
moeten doen. Ongewild heeft Turkije de Koerdische kwestie inderdaad op die agenda gezet. Misschien, mijnheer de
Raadsvoorzitter en mijnheer de commissaris, kunnen wij ook wat op de agenda zetten. Wij moeten een common po­
sition hebben ten aanzien van de Öcalan-case. Die hadden wij niet. Wij hadden als Unie en als lidstaten onze verant­
woordelijkheden moeten inschatten, contingency planning heet dat, een probleem dat al 20, 30, 40 jaar bestaat.