Het Economisch en Sociaal Comité is voor opheffing belastinggrenzen. PERSPECTIEF 1992

-

Documents
84 pages
Obtenez un accès à la bibliothèque pour le consulter en ligne
En savoir plus

Description

EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Het Economisch en Sociaal Comité ¡s voor opheffing belastinggrenzen Brussel - juli 1988 PERSPECTIEF 1992 ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE PERSPECTIEF 1992 Het Economisch en Sociaal Comité is voor "Opheffing belastinggrenzen" Brussel - juli 1988 INHOUD påg­1. Opheffing van de belastinggrenzen ι 2. Advies over de "AlgemeneMededelingvan de Commissie"7— rapporteur: mevrouw ROBINSON3. Specifieke voorstellen met betrekking tot de BTW — onderlinge aanpassing BTW­tarieven 17 rapporteur: de heer BROICHER— opheffing belastinggrenzen25rapporteur: de heer BROICHER — BTW­clearingstelsel 31 rapporteur:deheerDELLACROCE— convergentieBTW­tarievenen accijnzen 39rapporteur:deheerDELLACROCE4. Specifieke voorstellen met betrekkingtotdeaccijnzen — sigaretten en andere tabaksfabrikaten dan sigaretten 45 rapporteur: mevrouw ROBINSON — minerale oliën 59 rapporteur:deheerBROICHER —alcoholhoudendedranken eninandereprodukten vervatte alcohol 65rapporteur: de heer DELLA CROCEOPHEFFING VAN DE BELASTINGGRENZEN Acht adviezen over de harmonisatie der indirecte belastingen Met een zeer ruime meerderheid heeft het Economisch en Sociaal Comité zich uitgesproken vóór de harmonisatie der indirecte belastingen per 1-1-1993. De instemming van het Comité met dit door de Commissie voorgestelde "belastingpakket" sluit aan bij de standpunten die het Comité de afgelopen 10 jaar ten aanzien hiervan heeft ingenomen.

Sujets

Informations

Publié par
Nombre de visites sur la page 64
Langue Nederlandse
Signaler un problème

EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Het Economisch en
Sociaal Comité
¡s voor
opheffing
belastinggrenzen
Brussel - juli 1988
PERSPECTIEF 1992
ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE PERSPECTIEF 1992
Het Economisch en Sociaal Comité
is voor
"Opheffing belastinggrenzen"
Brussel - juli 1988 INHOUD
påg­
1. Opheffing van de belastinggrenzen ι
2. Advies over de "AlgemeneMededelingvan de Commissie"7
— rapporteur: mevrouw ROBINSON
3. Specifieke voorstellen met betrekking tot de BTW
— onderlinge aanpassing BTW­tarieven 17
rapporteur: de heer BROICHER
— opheffing belastinggrenzen25
rapporteur: de heer BROICHER
— BTW­clearingstelsel 31
rapporteur:deheerDELLACROCE
— convergentieBTW­tarievenen accijnzen 39
rapporteur:deheerDELLACROCE
4. Specifieke voorstellen met betrekkingtotdeaccijnzen
— sigaretten en andere tabaksfabrikaten dan sigaretten 45
rapporteur: mevrouw ROBINSON
— minerale oliën 59
rapporteur:deheerBROICHER
—alcoholhoudendedranken
eninandereprodukten vervatte alcohol 65
rapporteur: de heer DELLA CROCEOPHEFFING VAN DE BELASTINGGRENZEN
Acht adviezen over de harmonisatie der indirecte belastingen
Met een zeer ruime meerderheid heeft het Economisch en Sociaal Comité zich
uitgesproken vóór de harmonisatie der indirecte belastingen per 1-1-1993. De instemming
van het Comité met dit door de Commissie voorgestelde "belastingpakket" sluit aan bij de
standpunten die het Comité de afgelopen 10 jaar ten aanzien hiervan heeft ingenomen. Deze
instemming gaat vergezeld van diverse verzoeken om een en ander te verduidelijken, speci­
fieke suggesties en opmerkingen van technische aard waarvan het belang niet zal ontgaan
aan degenen die belast zullen zijn met de tenuitvoerlegging en toepassing van de door de
Gemeenschap te nemen besluiten in één van de sectoren die de burgers en economische
subjecten in de Gemeenschap het meest raken.
1. In het verleden heeft het Comité herhaaldelijk verklaard dat het veel belang hecht aan
de voltooiing van de binnenmarkt en aan de opheffing van de belastinggrenzen. Al in 1978
heeft het Comité in zijn informatief rapport over de "Harmonisatie der belastingen"'1'
benadrukt, welke voordelen een harmonisatie op dit vlak biedt, en er in dat verband op
gewezen dat deze grote en unieke kans moet worden aangegrepen, aangezien daarmee een
aanzienlijke bijdrage kan worden geleverd tot een doelmatig en meer aanvaardbaar
belastingstelsel dat meer dan dusver op de belangen van burger en overheid is afgestemd
en waarmee kan worden verhinderd dat het tot maatschappelijk verkeerde ontwikkelingen
komt als gevolg van de door het gebrek aan transparantie de kop opstekende wrevel over
de belastingen, die reikt tot actief verzet tegen de belastingen.
Bij een rationeel belastingstelsel moet het mogelijk zijn dat de belastingheffing wat de
burger betreft en - uit kostenoverwegingen - zowel wat het bedrijfsleven als de overheid
betreft, met zo min mogelijk kosten en ingrepen gepaard gaat, terwijl er tegelijkertijd toch
optimaal is gezorgd voor een gelijkmatige en rechtvaardige belastingheffing.
Tevens heeft het Comité in zijn advies over de "Voltooiing van de interne markt -
Witboek van de Commissie" van 27 november 1985,2) nog eens verklaard dat het de
Commissie steunt bij haar pogingen om te komen tot de definitieve opheffing van de controles
aan de grenzen door de verschillen op het vlak van de indirecte belastingen terug te brengen;
in bovengenoemd advies benadrukte het Comité reeds de uiteenlopende problemen die de
onderhavige voorstellen van de Commissie inzake harmonisatie der indirecte belastingen met
zich meebrengen.
Het Comité heeft in zijn advies over resp. het "Voorstel voor een richtlijn van de Raad
tot instelling van een standstill op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde
en de accijnzen" van 22 mei 198613', de "Financiële integratie in de Gemeenschap" van 27
november 198614' en de "Harmonisatie van de wetgevingen der lid-staten inzake omzet­
belasting, ten aanzien van de bijzondere regeling voor kleine en middelgrote ondernemingen"
van 28 januari 1987(5) benadrukt dat de harmonisatie der indirecte belastingen dient te
( 1 ) Rapporteur: de heer FREDERSDORF (doe. CES 846/78 van 12 juli 1978)
(2): de heer POETON - co-rapporteur: de heer ROUZIER (PB no. C 344 van 31-12-85)
(3): de heer DELLA CROCE (doc. CES 500/86)
(4) Rapporteur: de heer DRAGO (doc. CES 970/87)
(5): de heer BROICHER (doc. CES 95/87) worden beschouwd als een etappe die moet worden afgelegd om een echte binnenmarkt
tot stand te kunnen brengen. Deze belastingharmonisatie - waarbij lange overgangsperioden
en in sommige gevallen compensatiemaatregelen nodig zullen zijn - zal zo moeten aangepakt
dat de met de financiële integratie samenhangende belastingvoorschriften geleidelijk met
elkaar in overeenstemming worden gebracht.
De belastingstructuur en de grondbeginselen van het fiscaal beleid verschillen sterk
van lid-staat tot lid-staat. Niettemin moet naar een zo groot mogelijke fiscale neutraliteit
worden gestreefd om te voorkomen dat het kapitaalverkeer door fiscale in plaats van econo­
mische factoren wordt bepaald.
Wat de directe belastingen betreft, zou er volgens het Comité voor moeten worden
gezorgd dat de fiscale last voor de bedrijven in de gehele Gemeenschap ongeveer gelijk is,
zodat de verschillen tussen de belastingsystemen van de diverse lid-staten slechts een
geringe weerslag hebben op de produktiekosten, de plaats waar geïnvesteerd wordt en de
rentabiliteit van het geïnvesteerde kapitaal. Voorts wil het Comité Commissie en Raad nog
attent maken op het probleem van de internationale belastingfraude en de "belastingpara­
dijzen".
2. De Raad heeft op 11 september 1987 besloten, het Economisch en Sociaal Comité
te raadplegen over de "Voltooiing van de interne markt: aanpassing van de tarieven en harmo­
nisatie van de structuren van de indirecte belastingen" (Algemene Mededeling van de
Commissie) (doe. COM(87) 320 def.) en over acht voorstellen voor een verordening c.q.
richtlijn inzake de BTW-tarieven en accijnzen.
— De Commissie is ingegaan op de uitdaging die de voltooiing van de binnenmarkt inhoudt.
3. Reeds vanaf januari 1985 heeft de Commissie toegezegd om een gedetailleerd
programma ter opheffing van de grenzen binnen de Gemeenschap uit te werken en tenuitvoer
te leggen. In dit verband moet duidelijk worden gesteld dat het huidige pakket voorstellen
geen poging is om te komen tot een ideaal belastingstelsel voor de Gemeenschap, maar een
blauwdruk voor de opheffing van de belastinggrenzen te bieden. Met dit doel voor ogen heeft
de Commissie gepoogd, de meest pragmatische oplossingen te vinden op het stuk van de
onderlinge aanpassing en de structuur van de BTW-tarieven, de afwijkingen, het nultarief
en hierop betrekking hebbende vrijstellingen, de accijnzen alsmede het algemene effect op
de begrotingen en het tijdpad voor de verwezenlijking van deze plannen.
— Steun van het Comité voor de voorstellen van de Commissie.
4. Het Comité is het er volledig mee eens dat per 1 januari 1993 alle grenzen en alle
grenscontroles moeten zijn opgeheven met inbegrip van de controles die momenteel uitge­
voerd worden in verband met de inning van indirecte belastingen (BTW en accijnzen). Het
stemt het Comité zeer tot voldoening dat de Commissie voor een pragmatische benadering
op dit vlak heeft gekozen. Het is mogelijk dat sommige lid-staten slechts met de voorstellen akkoord zullen kunnen
gaan indien bepaalde overgangsmaatregelen genomen worden. Men denke hierbij in het
bijzonder aan vrijstellingen voor nultarieven of hogere tarieven in landen met buitengewone
financiële behoeften. Hoewel er argumenten zijn om de termijn voor de verwezenlijking te
verlengen, is het in het algemeen toch gewenst om eind 1992 als termijn aan te houden.
Het Comité betreurt dat de Commissie geen oplossing heeft aangedragen voor tal van
technische problemen (toezicht op de daadwerkelijke heffing van BTW in het handelsverkeer,
begrotingsproblemen, sociale problemen, clearingstelsel, enz.), waardoor ongerustheid
ontstaat over de vooruitgang die het voorstel inzake opheffing van de belastinggrenzen
teweeg zou kunnen brengen, vergeleken met de huidige situatie die wordt gekenmerkt door
een strikt vasthouden aan de gelijkheid van concurrentie in het gemeenschappelijk handels­
verkeer.
Het is zaak de bevolking voor de voorstellen ter afronding van de binnenmarkt te
winnen. De politieke leiders in de lid-staten dienen te beklemtonen, welke economische
voordelen de voltooiing van de binnenmarkt zal opleveren.
Harmonisatie van de belastingstelsels is niet de enige voorwaarde voor het verwezen­
lijken van de Europese eenwording, maar moet wel worden gezien als een onderdeel van
het streven naar sociaal-economische convergentie en monetaire en politieke eenwording.
— Specifieke voorstellen met betrekking tot de BTW.
5. Ten aanzien van de onderlinge aanpassing van de BTW-tarieven (doe. CO M (8 7) 321
def. 12) is het Comité van oordeel dat de voorgestelde marges van 6 resp. 5% bij leveranties
en diensten aan eindverbruikers te ruim zijn.
Aangezien na het opheffen van de binnengrenzen op de aankoop van alle goederen
uit alle lid-staten door de eindverbruiker geen rechten meer verschuldigd zijn, kunnen derge­
lijke uiteenlopende tarieven ernstige concurrentiedistorsies teweegbrengen.
Men dient zich er rekenschap van te geven dat deze eindverbruikers niet alleen parti­
culieren zijn, maar daartoe ook de overheid en andere geen recht op aftrek van voorbelasting
hebbende organisaties behoren alsook ondernemingen die in hun hoedanigheid van klein­
bedrijf of op grond van een uitdrukkelijke bepaling geen recht op aftrek vang
hebben.
De voorgestelde marges dienen daarom verder te worden verkleind. Mochten niet alle
lid-staten meteen akkoord kunnen gaan met een verkleining van de marges, dan mag het
onderhavige voorstel van de Commissie slechts als overgangsregeling worden beschouwd.
6. Wat het voorstel inzake de opheffing van de belastinggrenzen betreft (doe. COM(87)
322 def .12), wijst het Comité erop dat dit voorstel van de Commissie behalve de zuiver redac­
tionele aanpassingen van Richtlijn 77/388/EEG ook een aantal nieuwe regelingen omvat die ook in de praktijk van betekenis zijn. Deze nieuwe regelingen hebben hoofdzakelijk betrekking
op voorschriften die na het verdwijnen van de belastinggrenzen binnen de Gemeenschap
niet meer ten uitvoer te leggen zijn of waarvan instandhouding ongewenste gevolgen zou
opleveren. Van deze regelingen is de regeling inzake belastingheffing op krediethandelingen
van zeer groot belang.
7. De invoering van een BTW-clearingstelsel voor het intracommunautair handelsverkeer
(doe. COM(87) 323 def./2) is niet een richtlijnvoorstel, maar veeleer een vrij verward en
ingewikkeld werkdocument.
De door de Commissie gehanteerde terminologie - "afschaffing van de belasting­
grenzen" - zal heel wat belangstelling en enthousiasme wekken, maar men moet wel goed
beseffen dat dit streven door tal van problemen en beperkingen zal worden bemoeilijkt. Men
mag zich dan ook geen al te grote illusies maken: Europa is in politiek opzicht nog lang geen
eenheid en, om één grote interne markt tot stand te kunnen brengen, zal men de lid-staten
er eerst toe moeten kunnen brengen een stuk zelfstandigheid en een aantal rechten - met
name het heffen van belastingen - op te geven.
Aan de andere kant mag niet worden vergeten dat bij elk inningssysteem voor omzet­
belastingen complexe controleproblemen rijzen. Deze controles zijn van essentieel belang
om voor een eerlijke en voor iedereen geldende concurrentie te kunnen zorgen.
De lid-staten hebben er zich echter formeel toe verbonden één grote interne markt tot
stand te brengen. Het is dan ook in een ieders belang dat die interne markt er inderdaad komt,
en dat op die manier voor vrije concurrentie wordt gezorgd en de bureaucratische verplich­
tingen van de handelsondernemingen worden verminderd.
Daar de belastinggrenzen eerst in 1992 zullen worden opgeheven en de BTW pas vanaf
dat jaar overal in de Gemeenschap op dezelfde manier zal worden geïnd, lijkt het misschien
niet nodig zoveel haast te zetten achter de invoering van een clearingstelsel.
Wèl moet alvast worden aangegeven hoe het in te voeren systeem er precies zal uitzien,
omdat het immers een belangrijk onderdeel van het algemene voorstel voor de harmonisatie
van de indirecte belastingen vormt, maar ook omdat de lid-staten de zekerheid moeten
hebben dat het nieuwe systeem hun BTW-inkomsten uit ingevoerde goederen niet in gevaar
zal brengen en dat de BTW een belasting op het eindverbruik zal blijven.
8. Daar het - wat de bewerkstelliging van de convergentie van de BTW-tarieven en de
accijnzen betreft (doe. COM(87) 324 def./3) -de bedoeling is dat alle lid-staten in 1992 nog
slechts twee BTW-tarieven hanteren - waarvan de percentages slechts binnen bepaalde
grenzen mogen variëren - en dezelfde accijnzen toepassen, is het volgens het Comité niet
voldoende de lid-staten alleen maar te verbieden hun tarieven zodanig te wijzigen dat de
bestaande verschillen nog groter worden, en hun "toe te staan" hun tarieven in de richting
te laten gaan van die welke in 1992 van toepassing zullen zijn.