Audit HvB BXL DEF  2
115 pages
Nederlandse

Audit HvB BXL DEF 2

-

Le téléchargement nécessite un accès à la bibliothèque YouScribe
Tout savoir sur nos offres

Description

Hoge Raad voor de Justitie Conseil Supérieur de la Justice AUDIT VAN HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL (in toepassing van artikel 259bis-17§1 van het gerechtelijk wetboek) Gevalideerd door de Verenigde advies- en onderzoekscommissie op 10 april 2008 INHOUDSTAFEL I. DOELSTELLINGEN VAN DE AUDIT........................................................................ 1 II. KERNCIJFERS.................................................................................................... 3 III. VOORWOORD .................................................................................................. 8 IV. BURGERLIJKE PROCEDURE ............................................................................. 9 Vaststellingen (1 tot 13) en aanbevelingen – Antwoorden van het hof van beroep V. STRAFPROCEDURE ........................................................................................... 42 Vaststellingen (14 tot 20) en aanbevelingen – Antwoorden van het hof van beroep op de vaststellingen en aanbevelingen die op het hof betrekking hebben - Antwoorden van het parket-generaal op de vaststellingen en aanbevelingen die op het parket-generaal betrekking hebben VI. BURGERLIJKE EN STRAFPROCEDURE - CONTEXT................................................ 60 VII. HISTORIEK EN WERKMETHODE..................................................................... 94 VIII. BIJLAGEN ...... ...

Sujets

Informations

Publié par
Nombre de lectures 30
Langue Nederlandse

Hoge Raad voor de Justitie
Conseil Supérieur de la Justice






















AUDIT VAN HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL
(in toepassing van artikel 259bis-17§1 van het gerechtelijk wetboek)




Gevalideerd door de Verenigde advies- en onderzoekscommissie op 10 april 2008
















INHOUDSTAFEL


I. DOELSTELLINGEN VAN DE AUDIT........................................................................ 1
II. KERNCIJFERS.................................................................................................... 3
III. VOORWOORD .................................................................................................. 8
IV. BURGERLIJKE PROCEDURE ............................................................................. 9
Vaststellingen (1 tot 13) en aanbevelingen – Antwoorden van het hof van beroep
V. STRAFPROCEDURE ........................................................................................... 42
Vaststellingen (14 tot 20) en aanbevelingen – Antwoorden van het hof van beroep op de
vaststellingen en aanbevelingen die op het hof betrekking hebben - Antwoorden van het
parket-generaal op de vaststellingen en aanbevelingen die op het parket-generaal
betrekking hebben
VI. BURGERLIJKE EN STRAFPROCEDURE - CONTEXT................................................ 60
VII. HISTORIEK EN WERKMETHODE..................................................................... 94
VIII. BIJLAGEN .................................................................................................... 96


i

I. DOELSTELLINGEN VAN DE AUDIT


De algemene doelstelling bestaat erin om, via het onderzoek van de organisatie, de
activiteiten en de processen van het hof van beroep te Brussel, ervoor te zorgen dat de
behandeling van de burgerlijke en strafrechtelijke zaken van het begin tot het einde
onder controle en geoptimaliseerd is.

Volgende aspecten komen in deze auditopdracht specifiek aan bod :

A. Betreffende de burgerlijke zaken

1. Het in staat stellen verloopt vlot en efficiënt;
2. De mogelijkheden om de procedure te versnellen worden aangemoedigd en gebruikt;
3. De verdeling van de zaken per specialisatie verloopt optimaal en efficiënt;
4. ing van de zaken tussen hoofdkamer en aanvullende kamer verloopt
optimaal, transparant, gedocumenteerd en efficiënt;
5. De planning volgens wachtlijsten verloopt objectief, doeltreffend en transparant. Dit
aspect van de audit betekent geenszins dat de Hoge Raad voor de Justitie meent dat
het opstellen van wachtlijsten het enige mogelijke antwoord is op de gerechtelijke
achterstand en bij het optreden van gerechtelijke achterstand kan worden
veralgemeend.
6. De zittingen zijn productief en efficiënt;
7. De termijn van beraad is onder controle;
8. Een gelijkgerichte rechtspraak wordt aangemoedigd;
9. Het procesverloop, met inbegrip van het beheer van de achterstand, wordt van het
begin tot het einde geoptimaliseerd.

B. Betreffende de strafrechtelijke zaken

In de mate dat hiervoor tijd beschikbaar is, wordt het procesverloop voor de
correctionele kamers en de kamers van inbeschuldigingstelling eveneens geanalyseerd.

C. Algemeen

De HRJ wenste met de audit alle activiteiten te bekijken vanaf binnenkomst van een
zaak op de griffie tot en met het produceren van het eindarrest. De auditopdracht
bestond er vanuit dit perspectief uit zoveel mogelijk informatie in te zamelen om nadien
gemakkelijker audits in andere hoven van beroep uit te voeren. Deze opdracht
concentreerde zich echter enkel op de werking van het hof van beroep te Brussel.

De HRJ wenste eveneens een opvolging uit te voeren van het cijfermateriaal uit de
vorige audit van het hof van beroep te Brussel. Een bijkomend gedeelte van de audit
bestond er dan ook in alle cijfergegevens van de activiteit van het hof van beroep over
de periode 2000-2006 te verzamelen en daarbij een onderscheid te maken tussen de
Franstalige zaken en de Nederlandstalige zaken en de activiteiten van de
corresponderende kamers.

Volgende aspecten komen in deze audit niet aan bod:

1. De informaticamiddelen;
2. De documentatiediensten;
3. Het budget;
4. De infrastructuur en gebouwen;
5. De fysieke veiligheid en systeembeveiliging.



1

Het behoorde al evenmin tot het toepassingsveld van deze specifieke audit om de
werklast van de magistraten te onderzoeken of de problematiek van de gerechtelijke
achterstand zoals die zich in Brussel voordoet te vergelijken met de wijze waarop dit
probleem in andere jurisdicties wordt aangepakt.


2

II. KERNCIJFERS


1Het hof van beroep te Brussel werkte in 2006 met 65,46 FTE (voltijdse equivalenten)
2effectieve raadsheren en 47 plaatsvervangende raadsheren .

Het wettelijke kader van het hof van beroep bleef tussen 2002 en 2004 onveranderd
3met 62 effectieve raadsheren. Op 1 september 2005 werd het met 6 magistraten en op
41 september 2006 met 3 magistraten « in overtal » uitgebreid.


Kader effectieve Jaar raadsheren
2004 62
1.9.2005 68
1.9.2006 71


BURGERLIJKE ZAKEN

In burgerlijke zaken komen we tot de volgende vaststellingen:

• een toename in 2006 van het aantal nieuwe binnengekomen zaken (+13 %) ten
opzichte van het gemiddelde van de jaren 2000 tot 2005;
• een daling van het aantal hangende zaken: – 4833 zaken in 5 jaar tijd;
• een daling van de stock van de zaken die in staat zijn en waarin nog geen eindarrest
werd genomen: 8097 zaken per 1 januari 2000 tegenover 6471 per 1 januari 2006;
• van het aantal zaken dat door de partijen nieuw in staat is gesteld: een
gemiddelde van 3053 in de periode 2000 tot 2005 tegenover 2795 in 2006;
5• een daling van de wachttijd vóór vaststelling: een gemiddelde wachttijd van
26,4 maanden voor de periode 2000 tot 2005 tegenover 18,2 maanden in 2006;
• een toename van het aantal zittingen en eindarresten: een jaarlijks gemiddelde van
3955 eindarresten voor de periode 2000-2005 tegenover 4695 eindarresten in 2006;
• een toename van het aantal arresten uitgesproken binnen de 3 maanden na het in
beraad nemen van de zaak: 69% gemiddeld voor de periode 2000 tot 2005
tegenover 75% in 2006.


1 Gemiddelde tewerkstelling van het kader na aftrek, volgens de cijfers van het hof van beroep, van de
afwezigheden wegens ziekte, opleiding en niet-rechterlijke taken.
2 Een plaatsvervangend raadsheer heeft slechts een beperkte (deeltijdse) opdracht. Hun numerieke aantal
kan niet omgezet worden in FTE.
3 Zie wet van 14 december 2004 (B.S. 31 dec. 2004), van kracht geworden op 1 september 2005, datum
waarop de nieuwe raadsleden werden ingezworen en in het formatiegemiddelde werden verrekend.
e eDeze raadslieden werden toegewezen aan twee nieuwe burgerlijke kamers (20 en 21 kamer) die de zaken
op de wachtlijst van de 1e en 2e kamer behandelen. Zie infra voor toelichtingen bij deze begrippen.
4Zie wet van 14 december 2004 (B.S. 31 dec. 2004), van kracht geworden op 1 september 2005. Deze 3
magistraten “buiten het kader” zijn bedoeld om het steeds uitbreidende contentieux van de exclusieve
bevoegdheden en meer bepaald deze van beroepsinstantie van de marktregulatoren op te vangen. Waar het
oorspronkelijk enkel ging om mededingingsrecht, werden daar stilaan aan toegevoegd, de post en
telecommunicatiesector (beroepen tegen beslissingen van het BIPT); de financiële sector en de financiële
diensten (hogere beroepen tegen de beslissingen van de minister en van de CBFA, de CDV en de
marktondernemingen); de gas en elektriciteitssector (beroepen tegen beslissingen van de CREG en van de
Ministerraad); hogere beroepen tegen beslissingen van de Raad voor de Mededinging inzake het gebruik
van de spoorweginfrastructuur…
5 Het gaat hier niet om de reële gemiddelde wachttijd, maar om de gemiddelde wachttijd, berekend en
meegedeeld aan de partijen op het ogenblik dat een zaak in staat is.


3

De toename van het aantal nieuwe zaken is verontrustend. Hoewel de gemiddelde
wachttijd voor de bepaling van de rechtsdag van de zaken nog aanzienlijk blijft
(18 maanden), stellen we, aan de hand van de verschillende hiervoor genoemde
parameters, niettemin een verbetering vast van de algemene situatie in burgerlijke
zaken. De volgende pagina bevat een samenvattende tabel van de kerncijfers.
Hoofdstuk IV van dit rapport gaat nader in op de evolutie van de cijfers.


4

De “levenscyclus” van een burgerlijke zaak en de evolutie van de kerncijfers
Vanaf het ogenblik dat een van de partijen van een geschil beslist beroep aan te tekenen bij het hof van beroep te Brussel tegen een vonnis
in eerste aanleg gewezen, doorloopt een burgerlijke zaak 6 belangrijke stappen. Wij gebruikten het doorlopen van deze 6 stappen – de
heuse levenscyclus van een zaak – als leidraad om de activiteit van het hof van beroep in onderstaande samenvattende tabel voor te stellen.

Inschrijving Instaatstelling Plaatsing op Bepaling Inberaadne Uitspraak
Vonnis
op de rol wachtlijst rechtsdag ming Voorziening
1e
in
1 2 3 4 5 6
aanleg
cassatie
Hangende In staat Zaak in Zaak Opstellen
Zaak gestelde zaak wacht pleiten arrest Eindarrest


Kerncijfers 2006 en evolutie van de activiteit vergeleken bij de laatste jaren
7
Nieuwe zaken Hangende zaken Zaken in staat Gemiddelde Zittingen Eindarresten % arresten
2006 per 1/1/2006 per 1/1/2006 + wachttijd 2006 2006 uitgesproken
nieuw in staat uitgedrukt in binnen de 3
6
gestelde zaken maanden per maanden / 6
2006 1/9/2006 maanden
2006
4.604 18.199 6.471 + 2.795 18,2 2.212 4.695 75 % / 93%
Gemiddelde 2000- Gemiddelde Gemiddelde Gemiddelde Gemiddelde Gemiddelde Gemiddelde
2005 1/1/2001- 2000-2005 2000-2005 2003-2005 2000-2005 2002-2005 2005 (maanden)
4072 20.717 8.316 + 3.053 26,4 1.959 3.955 69% / 90%
8
Toename Verbetering Verbetering + Verbetering () Verbetering Verbetering
stabilisering

6
Het betreft hier de gemiddelde wachttijd die aan de partijen wordt meegedeeld op het ogenblik dat hun zaak in staat is gesteld.
7
De weglatingen inbegrepen.
8
Absoluut cijfer dat als indicator echter niet pertinent is, gezien de uitstellen niet worden opgevolgd. Vandaar onze vaststellingen en aanbevelingen zie infra.


5

CORRECTIONELE ZAKEN


We komen tot de volgende vaststellingen:

• op 26 februari 2007 is er bij het parket-generaal een stock van 508 potentiële zaken
• een toename van het aantal hangende zaken met 247 op 1 januari 2007 ten opzichte
van het gemiddelde van de jaren 2003 tot 2005;
• een lichte daling van het aantal zittingen in 2006 (513) ten opzichte van het gemiddelde
van de jaren 2003 tot 2005 (522);
• een lichte daling van het aantal uitgesproken eindarresten in 2006 (1050) ten opzichte
van het gemiddelde van de 4 voorgaande jaren (1120) (-6%);
• 83% van de eindarresten wordt in 2006 uitgesproken binnen de 2 maanden nadat ze in
beraad werden genomen.

Deze resultaten zijn verontrustend en duiden op een geleidelijke achteruitgang en op het
ontstaan van een achterstand in correctionele zaken.
De eerste voorzitter van het hof van beroep wiens mandaat ten einde liep op 31 maart
2007, was zich bewust van deze situatie. Hij was van oordeel dat de achterstand in de
burgerlijke sector zo omvangrijk was dat die prioritair aandacht vergde.
Hij was evenwel van mening dat deze lichte achterstand kan worden weggewerkt aangezien
de gemiddelde duur voor het bepalen van de rechtsdag, volgens de cijfers die hij ons
meedeelde, van jaar tot jaar afneemt. Hij leidt hieruit af dat de stock inkomende zaken in
de toekomst kan afnemen wat, volgens hem, de situatie op termijn weer in evenwicht kan
brengen.


In de kamers van inbeschuldigingstelling komen we tot de volgende vaststelling:

• ten opzichte van het gemiddelde aantal zittingen voor de jaren 2003 tot 2005 (331)
wijzigde het aantal zittingen (333) in 2006 niet wezenlijk;
• binnen de dossiers “Franchimont” stellen we een duidelijke evolutie vast. 94% van de
arresten wordt momenteel binnen de maand na de eerste zitting gewezen. Voor de
periode 2004-2005 werd binnen diezelfde termijn slechts 84,5 % van de arresten
gewezen.



6

9
De “levenscyclus” van een correctionele zaak en de evolutie van de kerncijfers.
Bepalen Inschrijven op Zitting In beraad Uitspraak Voorziening
Vonnis rechtsdag de rol nemen
1e in
1 2 3 4
aanleg door het
Hangende Opstellen
Pleidooi eindarrest
Parket- cassatie
Zaak arrest
Generaal


Kerncijfers 2006 en evolutie van de activiteit vergeleken bij de laatste jaren
Stock van potentiële zaken Hangende zaken per % arresten
Eindarresten
per 31.12.2006 01/01/06 Zittingen in 2006 uitgesproken binnen
2006
(geen rechtsdagbepaling) (rechtsdag reeds bepaald) de 2 maanden in 2006
445 2070 513 1050 83%
Gemiddelde 1/1/2003-Gemiddelde 2003-Gemiddelde 2003-
10

1/1/2005 2005 2005
1823 522 1120
11
Verslechtering Verslechtering

9
Het gemiddelde over de periode 2003-2005 bleek voldoende pertinent. Bepaalde tabellen in de bijlage verschaffen niettemin de cijfers voor het jaar 2002.
10
Voor de periode vóór 2006 zijn er geen cijfers beschikbaar.
11
Absoluut cijfer dat als indicator echter niet pertinent is, gezien de uitstellen niet worden opgevolgd. Vandaar onze vaststellingen en aanbevelingen zie infra.


7

III. VOORWOORD


Het ontwerpverslag over de audit werd aan het hof van beroep voorgesteld en overhandigd
op 6 juni 2007, twee maanden na de datum in het samenwerkingsprotocol voorzien voor
12het uitvoeren van de audit .

De auditwerkzaamheden op het terrein werden afgerond op 31 maart 2007. Alle
vaststellingen hebben dan ook betrekking op de situatie voor die datum.

Voorliggend verslag vermeldt na elke vaststelling het antwoord van het hof van beroep op
die vaststelling en op de aanbevelingen.

In strafzaken zijn we er voor sommige van onze aanbevelingen van uitgegaan dat het hof
van beroep kan rekenen op de steun van het parket-generaal of dat na overleg best
gezamenlijk actie wordt ondernomen. Bijgevolg werd voor de betrokken vaststellingen en
aanbevelingen, na het verstrekken van de antwoorden door het hof van beroep, ook het
standpunt van het parket-generaal ingewonnen. Deze inbreng van het parket-generaal
wordt in het verslag vermeld na elk betrokken vaststelling en het antwoord van het hof
daarop.

12 Oorspronkelijk werd als datum 31 maart 2007 bepaald.



8