Het beleid voor onderzoek en technologische ontwikkeling
86 pages
Nederlandse
Le téléchargement nécessite un accès à la bibliothèque YouScribe
Tout savoir sur nos offres

Het beleid voor onderzoek en technologische ontwikkeling

-

Le téléchargement nécessite un accès à la bibliothèque YouScribe
Tout savoir sur nos offres
86 pages
Nederlandse

Description

Tijdschrift 2/1988 HET BELEID VOOR ONDERZOEK EN TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING EUROPESE DOCUMENTATIE In dezelfde serie Het onderwijs aan kinderen van migrerende werknemers in de Gemeenschap (niet meer verkrijgbaar) De bescherming van de werknemers bij multinationale ondernemingen (niet meerDe buitenlandse handel van de Europese Gemeenschap (niet meer verkrijgbaar) De opleiding van leerkrachten in de Europesep (niet meerTechnische handelsbelemmeringen: dee Gemeenschap opent de grenzen (niet meer verkrijgbaar) De concurrentiepolitiek van de Europese Gemeenschap De Europese Gemeenschap en de ontwikkelingslanden (niet meer verkrijgbaar) Meer zeggenschap voor de Europese werknemer (niet meerDe consument in de Europese Gemeenschap (niet meer verkrijgbaar) 25 jaar buitenlandse betrekkingen van de Europese Gemeenschap (niet meer verkrijgbaar) De tweede uitbreiding van de Europese Gemeenschap (niet meer verkrijgbaar) De Gemeenschap en haar regio's (derde uitgave) (niet meerDe actie van de Europese Gemeenschap in de culturele sector De Europese Gemeenschap en de beroepsopleiding Dee Economische en Monetaire Unie (tweede uitgave) (niet meer verkrijgbaar) Het vrije verkeer van personen in de Europese Gemeenschap Een onderwijsbeleid voor Europa (tweede uitgave) (niet meer verkrijgbaar) De industriestrategie van de Europese Gemeenschap (niet meerDe Europese Gemeenschap en het energievraagstuk (derde uitgave) (niet meer verkrijgbaar) Het sociale beleid in de Europese

Sujets

Informations

Publié par
Nombre de lectures 12
Langue Nederlandse
Poids de l'ouvrage 2 Mo

Exrait

Tijdschrift 2/1988
HET BELEID VOOR
ONDERZOEK EN
TECHNOLOGISCHE
ONTWIKKELING
EUROPESE DOCUMENTATIE In dezelfde serie
Het onderwijs aan kinderen van migrerende werknemers in de Gemeenschap (niet meer verkrijgbaar)
De bescherming van de werknemers bij multinationale ondernemingen (niet meer
De buitenlandse handel van de Europese Gemeenschap (niet meer verkrijgbaar)
De opleiding van leerkrachten in de Europesep (niet meer
Technische handelsbelemmeringen: dee Gemeenschap opent de grenzen (niet meer verkrijgbaar)
De concurrentiepolitiek van de Europese Gemeenschap
De Europese Gemeenschap en de ontwikkelingslanden (niet meer verkrijgbaar)
Meer zeggenschap voor de Europese werknemer (niet meer
De consument in de Europese Gemeenschap (niet meer verkrijgbaar)
25 jaar buitenlandse betrekkingen van de Europese Gemeenschap (niet meer verkrijgbaar)
De tweede uitbreiding van de Europese Gemeenschap (niet meer verkrijgbaar)
De Gemeenschap en haar regio's (derde uitgave) (niet meer
De actie van de Europese Gemeenschap in de culturele sector
De Europese Gemeenschap en de beroepsopleiding
Dee Economische en Monetaire Unie (tweede uitgave) (niet meer verkrijgbaar)
Het vrije verkeer van personen in de Europese Gemeenschap
Een onderwijsbeleid voor Europa (tweede uitgave) (niet meer verkrijgbaar)
De industriestrategie van de Europese Gemeenschap (niet meer
De Europese Gemeenschap en het energievraagstuk (derde uitgave) (niet meer verkrijgbaar)
Het sociale beleid in de Europese Gemeenschap (derde uitgave) (niet meer verkrijgbaar)
De douane-unie (derde uitgave)
Het vervoerbeleid van de Europesep (tweede uitgave)
De vrouw in de Europese Gemeenschap
De Europese Gemeenschap en haar rechtsorde (tweede uitgave)
De economie van de Europese Gemeenschap
Het visserijbeleid van de Europesep (niet meer verkrijgbaar)
De Europese Gemeenschap en het Middellandse-Zeegebied
De nucleaire veiligheid in de Europese Gemeenschap
De begroting van de Europese Gemeenschap (vierde uitgave)
Het ABC van het gemeenschapsrecht (vierde uitgave)
(vervolg op 3e bladzijde omslag)
Auteur:
Afdeling IX/E-5 — Coördinatie en voorbereiding van publikaties Het beleid voor onderzoek
en technologische ontwikkeling
(derde uitgave)
Door Michel ANDRÉ Gereedgekomen in december 1987 Inleiding
Wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling spelen in onze samen­
leving een steeds belangrijkere rol. Zij zijn daarom in de loop der jaren een gebied
geworden van grote inspanningen en investeringen. In Europa komt een deel van deze
inspanningen tot stand in het kader van de Europese Gemeenschap.
De onderzoeksactiviteiten van de Europese Gemeenschap die aanvankelijk beperkt
waren tot de gebieden kolen, staal en kernenergie, zijn geleidelijk steeds belangrijker
geworden en zijn sinds 1974 uitgebreid tot talrijke andere terreinen. Naast het
landbouwbeleid, het industriebeleid en het sociaal beleid van de Gemeenschap heeft
zich langzamerhand een communautair beleid voor onderzoek en technologie ontwik­
keld.
De inwerkingtreding van de „Europese Akte" in juli 1987 was een uitermate
belangrijke mijlpaal in dit proces.
De Europese Akte brengt belangrijke wijzigingen aan in het Verdrag van Rome. Zij
bevat maatregelen die de Europese integratie moeten bevorderen door tussen nu en
1992 een grote Europese interne markt tot stand te brengen, die versterking beogen
van de economische en sociale samenhang en van de samenwerking op financieel
gebied, en die op de ontwikkeling van het sociaal en milieubeleid gericht zijn,
alsmede — en met dit onderwerp houden wij ons bezig — op de vorming van een
Europese Gemeenschap voor Onderzoek en Technologie: de Europese Akte verleent
de Gemeenschap uitdrukkelijke bevoegdheden op het gebied van wetenschappelijke
en technische samenwerking. Het is duidelijk dat deze samenwerking is gebaseerd op
het Kaderprogramma inzake onderzoek en technologische ontwikkeling (1987-1991),
het overkoepelend instrument voor de activiteiten van de Gemeenschap op dit gebied.
Het beleid van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek en technologie is
gespreid en tegelijk gericht. Het is opgebouwd rond een aantal centrale thema's
(kwaliteit van het bestaan, informatietechnologie en telecommunicatie, energie, enz.),
terwijl als grondbeginsel geldt: niet zoveel mogelijk wetenschappelijke en technische
avtiviteiten naar communautair niveau overbrengen maar wel die activiteiten van de
Lid-Staten, waarvan uitvoering in Europees verband duidelijke voordelen biedt en
gunstige effecten belooft.
Op de volgende bladzijden zal een zo volledig en duidelijk mogelijke beschrijving
worden gegeven van deze activiteiten, van de daarvoor geldende beginselen, van de
doelstellingen, de aangewende middelen en van de directe resultaten. De beschrijving is als volgt ingedeeld: het eerste hoofdstuk schildert in grote trekken
de Europese situatie op het gebied van onderzoek en technologie; het geeft een
overzicht van de moeilijkheden waarmee het Europa van vandaag op dit gebied te
kampen heeft, maar ook van de troeven die het in handen heeft; het maakt duidelijk
waarom in de huidige situatie een communautair programma gerechtvaardigd en
noodzakelijk is, besteedt bijzondere aandacht aan de manier waarop het O & TO-
beleid past in het perspectief van de verwezenlijking van de grote markt in 1992.
Het tweede hoofdstuk is technisch en institutioneel van aard. Er wordt ingegaan op de
geschiedenis van het communautair onderzoek, op de juridische grondslagen van de
communautaire O & TO- (Onderzoek en Technologische Ontwikkeling) activiteiten,
op de middelen waarover de Gemeenschap beschikt om haar beleid uit te voeren,
alsmede op de mechanismen en de structuren via welke dat beleid wordt gerealiseerd.
In het derde hoofdstuk wordt per gebied een overzicht gegeven van alle activiteiten
van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling.
Dit wordt natuurlijk gedaan aan de hand van het kaderprogramma (1987-1991) met
zijn acht centrale thema's.
Het vierde en laatste hoofdstuk probeert de communautaire O & TO-inspanning in
perspectief te plaatsen en situeert deze in de context van de andere activiteiten en
beleidslijnen van de Gemeenschap, alsmede in het ruimer verband van alle initia­
tieven tot wetenschappelijke en technische samenwerking die buiten de Gemeenschap
zijn ontplooid. Onderzoek en technologie in het Europa van nu
Wetenschap en techniek in de wereld van nu
Onderzoek en technologie nemen in onze samenleving een steeds belangrijker plaats
in en komen steeds meer centraal te staan. Door de vooruitgang van wetenschap en
techniek, een steeds versnellend proces dat al sinds de XlVe eeuw aan de gang is,
maakt de westerse wereld sinds enige jaren diepgaande veranderingen door, en
beleeft een tijdperk dat wel de „wetenschappelijke en technische revolutie", de
..derde industriële revolutie" of de ..revolutie van de intelligentie" wordt genoemd.
Deze verandering is in de eerste plaats vooral in kwantitatief opzicht ingrijpend: de
omvang van de O & TO-activiteiten in de ontwikkelde landen, en hun economisch
gewicht zijn vele malen groter dan aan het einde van de XlXe eeuw. Jaarlijks worden
drie miljoen wetenschappelijke artikelen gepubliceerd in gespecialiseerde tijdschriften
en men kan zonder al te veel overdrijving zeggen dat meer dan 80% van alle onder­
zoekers, wetenschappers en geleerden die er sinds het begin van de menselijke
geschiedenis zijn geweest, nu nog in leven is.
De verandering waarover wij hier willen spreken is echter vooral een kwalitatieve
verandering: industriële revolutie van de XlXe eeuw heeft de mens het vermogen
gegeven om op een ongekende schaal zijn omgeving te beïnvloeden: de stoommachine
en explosiemotor vergrootten de actieradius van het menselijk lichaam: de voort­
brengselen van de derde industriële revolutie liggen weer op een heel ander vlak: in
systemen buiten hemzelf worden de intellectuele vermogens van de mens over­
genomen en gerealiseerd. Daarnaast versterken zij op een voor menselijke begrippen
van 1ÜÜ jaar geleden onvoorstelbare wijze zijn vermogens, waardoor hij in staat wordt
in de materie en het leven zelf door te dringen: de kennis die daaraan ten grondslag
ligt komt voort uit de fundamentele ontdekkingen die op deze beide gebieden gedaan
zijn sinds de constructie van een eerste atoommodel door Niels Bohr en de
ontdekking van de erfelijkheidsleer door Watson en Crick.
Door hun inbreng, en gezien de omstandigheden in het vroegere economische en
politieke bestel, die de wetenschappelijke en technische revolutie mogelijk hebben
gemaakt, zullen onderzoek en technologie niet alleen vandaag, maar ook in de
verdere toekomst zeer nauw verbonden zijn met het functioneren van de systemen die
de werking van onze samenleving bepalen: het politieke, culturele en sociale systeem,
enz. Reeds lang geleden hebben de economen aangetoond dat onderzoek en techno­
logische ontwikkeling (O & TO) in het proces van economische ontwikkeling een
7 RAMING VAN DE BRUTO BINNENLANDSE UITGAVEN VOOR O & TO
(Particuliere en overheidsuitgaven, voor zowel civiele als militaire doeleinden)
van 1981 tot 1985
mrd Ecu
1981 1982 1984 1983 1985
Bron: OESO centrale rol spelen. Mits oordeelkundig toegepast kunnen wetenschap en techniek
bovendien een enorme bijdrage leveren tot verhoging van het algemeen welzijn en tot
verbetering van de kwaliteit van het individuele en sociale leven: juist dank zij de
wetenschap kunnen wij de ongewilde negatieve effecten van bepaalde technische
activiteiten op het leven op aarde en op de menselijke gezondheid begrijpen en
corrigeren.
Positie van het Europese O & TO
Welke plaats neemt het Europese O & TO in binnen het geheel van ontdekkingen,
ontwikkelingen en innovaties waarin de derde industriële revolutie tot uiting komt ?
Europa is de bakermat van de wetenschap en de techniek zoals wij die vandaag
kennen: tot voor kort deden zich alle grote wetenschappelijke doorbraken daar voor.
Vandaag kan Europa, wat de belangrijkste gebieden van onderzoek en technologische
ontwikkeling betref, geen aanspraak meer maken op de eerste plaats. Op bepaalde
gebieden (beheerste thermonucleaire fusie of deeltjesfysica) neemt het Europese
onderzoek in de wereld nog steeds een eerste plaats in. Over het geheel genomen is er
een duidelijke relatieve achteruitgang, die vooral te betreuren is, omdat zij zich
voordoet in uitzonderlijk belangrijke economische sectoren : elektronika, informatie­
technologie, biotechnologie, materiaaltechnologie, enz.
De omvang van het hier aan de orde gestelde probleem wordt duidelijk uit enkele
cijfers en voorbeelden: van 37 voor de toekomst veelbelovende technologische
sectoren worden 31 door de Verenigde Staten, negen door Japan en slechts twee door
Europa beheerst: dit zijn software en elektronische schakelingen (in bepaalde
sectoren zijn twee landen even sterk). Op het gebied van nieuwe materialen zijn vier
van de vijf in 1986 gedeponeerde octrooien afkomstig van Amerikaanse of Japanse
ondernemingen; van de tien belangrijkste ondernemingen in de wereld op informatica-
gebied zijn er zeven Amerikaans, twee Japans, terwijl de eerste Europese onder­
neming pas op de tiende plaats komt : deze ranglijst geldt overigens ook voor de bio­
technologie en vele andere gebieden.
Waar ligt dat aan ? Het feit dat in Europa een relatief laag bedrag wordt besteed aan
O & TO speelt zeker een rol: de Europese inspanning op O & TO-gebied bedroeg in
1985 65 miljard Ecu tegen 146,5 miljard Ecu voor de Verenigde Staten en 45,8 miljard
Ecu voor Japan (alle overheids- en particuliere kredieten voor civiele en militaire
doeleinden bij elkaar); voor de jaren 1987 tot en met 1991 worden deze uitgaven
geraamd op 1000 miljard Ecu voor de Verenigde Staten, 330 miljard Ecu voor Japan
en 460 miljard Ecu voor het Europa van de Twaalf. De Europese onderzoeksinspan-
ning als geheel genomen blijft in absolute cijfers dus beneden die van de Verenigde
Staten. Bij vergelijking per hoofd van de bevolking is zij lager dan die van Japan. Genoemde factor vormt echter niet de enige verklaring voor de waargenomen
verschillen. Evenmin kan de oorzaak worden gezocht in een gebrek in Europa aan
wetenschappelijk en technisch personeel, aan intellectueel potentieel : na de uitbrei­
ding tot twaalf Lid-Staten beschikt de Gemeenschap over meer dan een miljoen
wetenschappers en technici, waarvan 454000 onderzoekers (tegenover respectievelijk
Raming van de Bruto Binnenlandse uitgaven voor O & TO
(Particuliere en overheidsuitgaven, voor zowel militaire als civiele doeleinden)
in 1985
min Ecu
BR DUITSLAND 22009
BELGIË 1 542,6
DENEMARKEN 963,4
SPANJE 1144,4
FRANKRIJK 15587,5
GRIEKENLAND 148,9
IERLAND 192,4
ITALIE 6307,4
— LUXEMBURG
NEDERLAND 3287,5
PORTUGAL 111,6
VERENIGD KONINKRIJK 13837,5
Bron: OESO
10