Handleiding gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de Europese Gemeenschap

-

Documents
260 pages
Obtenez un accès à la bibliothèque pour le consulter en ligne
En savoir plus

Description

Handleiding gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de Europese Gemeenschap ti 11 Ou HANDLEIDING GELIJKE BEHANDELING VAN MANNEN EN VROUWEN IN DE EUROPESE GEMEENSCHAP Auteur: Junia Pais Macedo van Overbeek Bibliografische data bevinden zich aan het einde van deze publikatie. Luxemburg: Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen, 1995 ISBN 92-826-8328-1 © EGKS-EG-EGA, Brussel · Luxemburg, 1995 Overneming met bronvermelding toegestaan, behalve voor commerciële doeleinden. Printed in Italy Inhoud Inleiding 7 Jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie 11 Zaak 80/70 — G. Defrenne tegen Belgische staat (Defrenne I)1 Zaak 43/75 G. Defrenne tegen Sabena (Defrenne II)3 Zaak 149/77 — G.e tegenae III)5 Zaak 129/79 Macarthys tegen W. Smith7 Zaak 69/80 — S. J. Worringham en M. Humphreystegen Lloyds Bank 20 Zaak 96/80 J. P. Jenkins tegen Kingsgate 23 Zaak 12/81 — E. Garland tegen British Rail Engineering Ltd6 Zaak 19/81 A. Burton tegen British Railways Board8 Zaak 58/81 — Commissie tegen Groothertogdom Luxemburg 31 Zaak 61/81e tegen Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-lerland 33 Zaak 163/82 — Commissie tegen Italiaanse Republiek5 Zaak 165/82e tegen Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-lerland7 Zaak 14/83 — S. von Colson en E. Kamann tegen Land Nordrhein-Westfalen 40 Zaak79/83 D. Harztegen Deutsche Tradax GmbH 44 Zaak 184/83 — U. Hofman tegen Barmer Ersatzkasse6 Zaak 23/83 W. G. M. Liefting e.a.

Sujets

Informations

Publié par
Nombre de visites sur la page 0
Langue Nederlandse
Signaler un problème

Handleiding gelijke behandeling
van mannen en vrouwen in de
Europese Gemeenschap
ti 11
Ou HANDLEIDING
GELIJKE BEHANDELING VAN MANNEN
EN VROUWEN
IN DE EUROPESE GEMEENSCHAP Auteur: Junia Pais Macedo van Overbeek
Bibliografische data bevinden zich aan het einde van deze publikatie.
Luxemburg: Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen, 1995
ISBN 92-826-8328-1
© EGKS-EG-EGA, Brussel · Luxemburg, 1995
Overneming met bronvermelding toegestaan, behalve voor commerciële doeleinden.
Printed in Italy Inhoud
Inleiding 7
Jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie 11
Zaak 80/70 — G. Defrenne tegen Belgische staat (Defrenne I)1
Zaak 43/75 G. Defrenne tegen Sabena (Defrenne II)3
Zaak 149/77 — G.e tegenae III)5
Zaak 129/79 Macarthys tegen W. Smith7
Zaak 69/80 — S. J. Worringham en M. Humphreystegen Lloyds Bank 20
Zaak 96/80 J. P. Jenkins tegen Kingsgate 23
Zaak 12/81 — E. Garland tegen British Rail Engineering Ltd6
Zaak 19/81 A. Burton tegen British Railways Board8
Zaak 58/81 — Commissie tegen Groothertogdom Luxemburg 31
Zaak 61/81e tegen Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en
Noord-lerland 33
Zaak 163/82 — Commissie tegen Italiaanse Republiek5
Zaak 165/82e tegen Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en
Noord-lerland7
Zaak 14/83 — S. von Colson en E. Kamann tegen Land Nordrhein-Westfalen 40
Zaak79/83 D. Harztegen Deutsche Tradax GmbH 44
Zaak 184/83 — U. Hofman tegen Barmer Ersatzkasse6
Zaak 23/83 W. G. M. Liefting e.a. tegen Directie van het Academisch Ziekenhuis
Universiteit van Amsterdam8
Zaak 143/83 — Commissie tegen Koninkrijk Denemarken 51
Zaak 248/83e tegen Bondsrepubliek Duitsland3
Zaak 151/84 — J. Roberts tegen Tate & Lyle7
Zaak 1 52/84 M. H. Marshall tegen Southampton en South-West Hampshire Area
Health Authority (Teaching) 60
Zaak 262/84 — V. M. Beets-Proper tegen F. van Lanschot Bankiers NV 63
Zaak 170/84 Bilka-Kaufhaus GmbH tegen K. Weber von Hartz5
Zaak 222/84 — M. Johnston tegen Chief Constable of the Royal Ulster Constabulary 68
Zaak 150/85 J. Drake tegen Chief Adjudication Officer 73
Zaak 237/85 — G. Rummier tegen Dato-Druck GmbH6
Zaak 71/85 Staat der Nederlanden tegen Federatie Nederlandse Vakbeweging 79
Zaak 286/85 — N. McDermott en A. Cotter tegen Minister van Sociale Voorzorg en Attorney
General (McDermott en Cotter I) 82
Zaak 30/85 — J. W. Teuling tegen Bedrijfsvereniging voor de Chemische Industrie 84
Zaak 384/85 J. Borrie Clarke tegen Chief Adjudication Officer7
Zaak 192/85 — G. N. Newstead tegen Deptartment of Transport9
Zaak 1 57/86 M. Murphy e.a. tegen Bord Telecom Eireann 92 Handleiding gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de Europese Gemeenschap
Zaak 80/87 A. Dik e.a. tegen College van Burgemeester en Wethouders te Arnhem
en Winterswijk 94
Zaak 318/86 CommissietegenFranse Republiek96
Zaak 312/86 etegenFranse k99
Gevoegde zaken J.E.G.Achterberg­te­Riele e.a. tegen Sociale Verzekeringsbank
48/88,106/88 teAmsterdam102
en 107/88
Zaak 171/88 I.Rinner­KühntegenFWW Speziai­ Gebäudereinigung 106
Zaak 109/88 Handels­ogKontorfunktionaerernes ForbundiDanmarktegenDansk
Arbejdsgiverforening (Danfoss)108
Zaak 102/88 M. L. Ruzius­Wilbrink tegen Bestuur van de Bedrijfsvereniging
voor Overheidsdiensten 112
D. H. Barbertegen Guardian Royal Exchange Assurance Group 114 Zaak 262/88
M. KowalskategenFreieenHansestadt Hamburg119 Zaak C­33/89
Zaak C­188/89 A. Foster e.a.tegenBritishGasplc121
Zaak C­177/88 E. J. P. DeckertegenVJV­Centrum123
Zaak C­179/88 Handels­ ogKontorfunktionaerernesForbund i Danmark tegen Dansk
Arbejdsgiverforening(Hertz/Aldi)126
Zaak C­373/89 Sociale VerzekeringskasvoorZelfstandigen „Integrity" tegen N. Rouvroy 128
Zaak C­184/89 H. Nimz tegen FreieundHansestadt Hamburg 130
Zaak C­377/89 A. Cotter en Ν. McDermott tegenMinisterforSocial Welfare en
Attorney General (Cotter and McDermottII)133
Zaak C­229/89 Commissie tegen België 136
Gevoegde zaken Α. Verholene.a.tegenSocialeVerzekeringsbankAmsterdam 138
C­87/90, C­88/90
en C­89/90
Zaak C­31/90 E. R.JohnsontegenChiefAdjudication Officer142
Zaak C­345/89 Strafzaak tegen A. Stoeckel145
Zaak C­208/90 T. Emmott tegen Minister for Social Welfare en Attorney General 147
Zaak C­243/90 The Queen tegen Secretary of State for Social Security
(ex­parte: F. R. Smithson) 150
Zaak C­360/90 ArbeiterwohlfahrtderStadtBerlintegen M. Botel153
ZaakC­9/91 The QueentegenSecretaryofStatefor Social Security
(ex­parte:EqualOpportunitiesCommission)156
Gevoegde zaken S.JacksonenP.CresswelltegenChief Adjudication Officer 159
C­63/91 en C­64/91
Zaak C­226/91 J. MolenbeektegenBestuurvandeSociale Verzekeringsbank162
Zaak C­322/88 S. Grimaldi tegenFondsvoorBeroepsziekten 165
Zaak C­106/89 Marleasing tegen La ComercialInternacionaldeAlimentación SA 167
Gevoegde zaken A. Francovichen D. Bonifaci tegenItaliaanseRepubliek169
C­6 en C9/90
Communautaire wetgeving en andere besluiten inzake gelijke
behandeling van mannen en vrouwen
Richtlijn 75/117/EEG van de Raad betreffende het nader tot elkaar brengen van de wetgevingen der
Lid­Staten inzake de toepassing van het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke
en vrouwelijke werknemers 175 Inhoud
Richtlijn 76/207/EEG van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel
van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces,
de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden 177
Richtlijn 79/7/EEG van de Raad betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel
van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid 180
Richtlijn 86/378/EEG van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel
van gelijke behandeling van mannen en vrouwen in ondernemings- en sectoriële regelingen
inzake sociale zekerheid 182
Richtlijn 86/613/EEG van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke
behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen, de landbouwsector daarbij
inbegrepen, en tot bescherming van het moederschap5
Richtlijn 92/85/EEG van de Raad inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de
verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap,
na de bevalling en tijdens de lactatie (tiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn
89/391/EEG) 188
Resolutie van de Raad van 12 juli 1982 betreffende de bevordering van gelijke kansen voor de vrouw. . 196
Resolutie van de Raad van 7 juni 1984 betreffende acties ter bestrijding van de vrouwenwerkloosheid. 198
Resolutie van de Raad en de ministers van Onderwijs, in het kader van de Raad bijeen,
van 3 juni 1985 houdende een actieprogramma betreffende gelijke kansen voor meisjes
en jongens in het onderwijs 201
Tweede Resolutie van de Raad van 24 juli 1986 betreffende de bevordering van gelijke
kansen voorde vrouw5
Resolutie van de Raad van 16 december 1988 betreffende de reïntegratie en integratie
op latere leeftijd van vrouwen in het arbeidsproces8
Resolutie van de Raad van 29 mei 1990 betreffende de bescherming van de waardigheid
van vrouwen en mannen op het werk 210
Resolutie van de Raad van 21 mei 1991 betreffende het derde communautaire actieprogramma
op middellange termijn inzake gelijke kansen voor vrouwen en mannen (1991-1995) 212
Aanbeveling van de Commissie van 24 november 1987 inzake de beroepsopleiding voor vrouwen 215
Aanbeveling van de Commissie van 27 november 1991 betreffende de bescherming van de waardigheid
van vrouwen en mannen op het werk8
Aanbeveling van de Raad van 13 december 1984 betreffende de bevordering van positieve
acties voor vrouwen 226
Aanbeveling van de Raad van 31 maart 1992 betreffende kinderopvang 228
5 Handleiding gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de Europese Gemeenschap
Besluit van de Commissie van 9 december 1981 betreffende de oprichting van een Raadgevend
Comité voor gelijke kansen van mannen en vrouwen 231
Selectieve Bibliografie 235 Inleiding
vrouwelijke arbeidskrachten in andere Lid-Staten te De voornaamste Europese rechtsbron voor de ge­
lijke behandeling van mannen en vrouwen in hun hoe­ voorkomen.
danigheid van werknemers wordt gevormd door ar­
tikel 119 van het Verdrag tot oprichting van de Met de jaren echter hebben artikel 119 van het EEG-
Europese Economische Gemeenschap van 1957 Verdrag en het daarvan afgeleide recht bewezen dat
(hierna: het EEG-Verdrag). Dit artikel, dat bepaalt dat de EEG niet louter een economische unie is, maar
de Lid-Staten ervoor dienen te zorgen dat manne­
ook sociale vooruitgang en verbetering van de levens-
lijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke arbeid ge­
en arbeidsomstandigheden nastreeft van de volke­
lijk worden beloond, luidt:
ren die er deel van uitmaken (').
„ledere Lid-Staat verzekert gedurende de eerste Het Europese Hofvan Justitie (hierna: het Hof)
etappe en handhaaft vervolgens de toepassing van het heeft, zoals uit de gewezen arresten zal blijken, een
beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de wet­
vrouwelijke werknemers voor gelijke arbeid. geving inzake gelijke behandeling van mannen en
vrouwen.
Onder beloning in de zin van dit artikel dient te
worden verstaan het gewone basis- of minimumloon Lang geleden, in 1971 om precies te zijn, deed zich
of -salaris, en alle overige voordelen ¡n geld of in na­ voor het Hof de eerste gelegenheid voor om zich over
tura die de werkgever direct of indirect aan de werkne­ het onderwerp van discriminatie tussen mannen en
mer uit hoofde van zijn dienstbetrekking betaalt.
vrouwen in de EEG te buigen. Het begon allemaal toen
een particulier, Gabrielle Defrenne, voor een Belgi­
Gelijkheid van beloning zonder onderscheid naar sche rechtbank artikel 119 inriep tegen haar werkge­
kunne houdt in: ver, een particuliere maatschappij. In de mening dat
uit dit artikel alleen verplichtingen voor de Lid-Staten
leken voort te vloeien, was de betrokken Belgische a) dat de beloning voor gelijke arbeid in stukloon
rechtbank er niet zeker van of ook particulieren een be­wordt vastgesteld op basis van een zelfde maat­
roep op dat artikel konden doen om hun rechten te staf,
doen gelden. Daarom verzocht het het Hof overeen­
b) dat de beloning voor arbeid in tijdloon dezelfde
komstig artikel 177 van het EEG-Verdrag bij wijze
is voor een zelfde functie."
van prejudiciële beslissing hierover een uitspraak te
doen. De uitspraak van het Hof dat artikel 119 in­
Ten tijde van de opstelling van deze bepaling was
derdaad rechtstreekse werking had, dat wil zeggen dat
seksediscriminatie in de nationale wetgevingen van de
particulieren hierop voor de nationale rechter een
meeste Lid-Staten niet met zoveel woorden verbo­
beroep konden doen, luidde het begin in van de ont­
den. Gelet op het puur economische karakter van de
wikkeling van een zeer rijke bron van EEG-recht.
Europese Economische Gemeenschap (hierna: de
EEG), was dit artikel 119 in de eerste plaats bedoeld
om oneerlijke concurrentie door onderbetaalde (1) Zie artikel 2 van het EEG-Verdrag. Handleiding gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de Europese Gemeenschap
Het in artikel 119 van het EEG-Verdrag neergelegde gekeurd inzake de tenuitvoerlegging van maatrege­
beginsel van gelijke beloning werd verder uitgewerkt in len ter bevordering van de verbetering van de veilig­
Richtlijn 75/117/EEG van 10 februari 1975 betref­ heid en de gezondheid op het werk van werk­
fende het nader tot elkaar brengen van de wetgevin­ neemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en
gen der Lid-Staten inzake de toepassing van het be­ tijdens de lactatie.
ginsel van gelijke beloning voor mannelijke en
vrouwelijke werknemers. Sindsdien is de werkings­ De werking van de in deze richtlijnen vervatte bepa­
sfeer van de wetgeving inzake gelijke behandeling lingen is sterk afhankelijk van de juiste en tijdige
dank zij de voortvarendheid van de Commissie nog tenuitvoerlegging ervan door de Lid-Staten waartoe
verruimd door richtlijnen of andere besluiten zoals zij zijn gericht. De Commissie heeft als „waakhond"
aanbevelingen (2).
van de Gemeenschap overeenkomstig artikel 169
van het EEG-Verdrag een aantal ¡nbreukprocedures te­
Richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari gen gebrekige Lid-Staten ingeleid.
1976 breidde het beginsel van gelijke behandeling uit
tot de toegang tot het arbeidsproces, de
Anderzijds hebben ook particulieren in dit opzicht
beroepsopleiding, de promotiekansen en de arbeids­
een bijdrage geleverd door kwesties met betrekking tot
voorwaarden. Dank zij Richtlijn 79/7/EEG van de Raad
het afgeleide recht van de Europese Gemeenschap
van 19 december 1978 en Richtlijn 86/378/EEG van de
voor de nationale rechter te brengen en aldus het Hof
Raad van 24 juli 1986 kon het beginsel van gelijke
in staat te stellen de nuttige werking ervan te ver­
behandeling ook op de sociale zekerheid en de onder-
groten.
nemings- en sectorale regelingen inzake sociale ze­
kerheid worden toegepast.
Het deed dit in de eerste plaats door aan een aantal
bepalingen van richtlijnen rechtstreekse werking toe te
Ten einde verder te waarborgen dat de gelijke be­
kennen. Dit bood ruimte voor particulieren om deze
handeling van mannen en vrouwen niet tot discrimina­
bepalingen in te roepen tegen Lid-Staten die ze niet of
tie leidt, keurde de Raad op 11 december 1986
onjuist in hun nationale wetgeving hadden geïm­
Richtlijn 86/613/EEG goed betreffende de toepassing
plementeerd.
van het beginsel van gelijke behandeling van zelf­
standig werkzame mannen en vrouwen, de land­
Ten tweede waarborgde het Hof, door de nationale
bouwsector daarbij inbegrepen, en tot bescherming
rechter te verplichten de nationale wetgeving overeen­
van het moederschap.
komstig de inhoud van deze richtlijnen uit te leg­
gen, de rechtsgevolgen van deze richtlijnen in die si­
Meer recentelijk werd met betrekking tot de biologi­
tuaties waarin particulieren ze niet konden
sche verschillen Richtlijn 92/85/EEG van de Raad goed-
inroepen, namelijk tegen andere particulieren.
(2) Artikel 189 van het EEG-Verdrag luidt:
Niettegenstaande de belangrijke rol van de EG-in-.Voor de vervulling van hun taak stellen de Raad en de Commis­
sie verordeningen en richtlijnen vast, geven beschikkingen en bren­
stellingen spreekt het vanzelf dat zonder de wilskracht,
gen aanbevelingen of adviezen uit, onder de in dit Verdrag ver­
volharding en vindingrijkheid van al die particulieren vatte voorwaarden.
Een verordening heeft een algemene strekking. Zij is verbindend
en hun raadslieden de gelijke behandeling van man­
in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-
nen en vrouwen in de Europese Gemeenschap niet Staat.
Een richtlijn is verbindend ten aanzien van het te bereiken resul­
zo ver zou zijn gevorderd als thans het geval is.
taat voor elke Üd-Staat waarvoor zij bestemd is, doch aan de natio­
nale instanties wordt de bevoegdheid gelaten vorm en middelen
te kiezen. Een beschikking is verbindend in al haar onderdelen voor
Het doel van deze handleiding is de lezers een alge­
degenen tot wie zij uitdrukkelijk is gericht.
Aanbevelingen en adviezen zijn niet verbindend.' meen overzicht te geven van de gelijke behandeling
8